donderdag 3 mei 2012

Ik vroeg het hem zo lief

Ik heb het hem wel eens gevraagd hoor, de dag. Of hij misschien iets langer wilde duren. Hij is alleen erg koppig, hij heeft nooit geluisterd. Hij heeft het zelfs nooit geprobeerd. Vaak liet hij me niet eens uitpraten. Dan ging hij al heftig neeschuddend met zijn armen over elkaar zitten voordat ik ook maar mijn zin had afgemaakt. En als ik dan toch doorvroeg, stak hij zijn vingers in zijn oren en begon hij hard blablabla te roepen. Hij nam me niet serieus, terwijl ik het toch echt wel zo bedoelde. Soms heb ik gewoon iets meer tijd nodig voor de dingen die ik doe, maar de dag is koppig, en geeft nooit toe.
Overmorgen trouwens ook niet. Die komt nooit eerder dichterbij. Ik vroeg het best lief, al zeg ik het zelf, maar hij werkte niet mee. Overmorgen komt nooit eerder. Ik heb mijn plan om het over-overmorgen te vragen, maar opgegeven. Ze zijn van hetzelfde soort, dus de koppigheid zal wel in de familie zitten.
Gisteren wel, en eergisteren al helemaal. Die schikken zich volledig naar je wensen. Ik hoef maar te wijzen en ze doen wat ik wil. Die hoef ik niet te paaien, lieve woordjes zijn niet nodig. Als ik ze vraag of ze langer of korter wilden duren, dan doen ze dat. Daar doen ze niet moeilijk over. Sommige herinneringen mogen ellenlang duren, anderen heb ik liever in seconden.
Ik denk dat ze dat wel geleerd hebben na al die jaren. Als alles evenlang moest duren, werden onze herinneringen zo zwaar. Sorteren, scheiden, splitsen op wat je wel en niet lang wil laten duren, maakt dat wat me meezeulen lichter. Al snap ik vandaag morgen en overmorgen ook wel hoor. Als ze moesten voldoen aan alle eisen van alle mensen, dan waren ze de hele dag aan het inkrimpen en uitzetten. Logisch. Maar toch, ik vroeg het zo lief...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten