dinsdag 27 december 2011

Ik vier mezelf

'Wat doe je?' vroeg de mus aan de boom. 'Ik vier mezelf' zei de boom. 'Je viert jezelf? vroeg de mus, 'wat houdt dat in?' 'Nou', zei de boom, 'heel simpel, ik ben blij dat ik er ben, en mensen vieren als ze blij zijn, dus ik vier mezelf.' 'Je bent blij dat je er bent? vroeg de mus, die vaak gewoon andermans zin herhaalde omdat ze niet wist wat ze anders moest zeggen, en zo toch het gesprek op gang hield. 'Ja', zei de boom, 'heel blij, en dat vier ik, ik vier mezelf.' 'Maar met wat van jezelf ben je dan zo blij? 'vroeg de mus die eigenlijk helemaal niet zo blij was met zichzelf. 'Nou', zei de boom, 'heel simpel. Ik ben blij dat ik er ben omdat ik anders niet blij kon zijn.' De mus begreep het niet en kon de zin ook niet herhalen, want deze was te ingewikkeld. ´o', zei ze, ´ah', zei ze. De mus was even stil, terwijl de boom rustig verder vierde.
Na een poosje zei ze ´kun je dat nog eens uitleggen, boom?' 'Wat moet ik uitleggen, mus?' 'Met wat van jezelf je zo blij bent.' 'O', zei de boom, 'ah' zei hij. 'Nou, heel simpel, als ik er niet was, kon ik ook niet blij zijn. Ik ben blij dat ik er ben, want als ik er niet was, kon ik niet blij zijn. En zeg nou zelf, wat is er nou leuker dan blij zijn en dat dan vieren?' De mus knikte bedachtzaam. Ze kon inderdaad niet bedenken wat er leuker was dan blij zijn. En de boom had helemaal gelijk toen hij zei dat vieren net zo leuk was.
De boom vierde rustig verder, en de mus dacht na. 'Waarom vier jij niet, mus?' vroeg de boom. De mus was verbaasd. ´Waarom ik niet vier?' herhaalde ze omdat ze niet wist wat ze moest zeggen. 'Ik vier eigenlijk bijna nooit,' zei de mus, 'alleen mijn verjaardag.' 'Waarom dan, vroeg de boom?' En de mus vroeg zich af waarom ze eigelijk nooit vierde, behalve met verjaardagen. Na een poosje zei ze: 'misschien ben ik wel helemaal niet zo blij me mezelf.' Het bleef weer even stil. 'En als ik niet blij ben heb ik ook niets te vieren,' voegde ze er even later aan toe. De boom dacht even na, hij probeerde zich in te leven, maar kon zich niet voorstellen dat iemand niet blij kon zijn met zichzelf.
Het was een poosje stil. De mus keek naar de boom, die nog steeds door vierde, en de boom keek naar de mus die niet blij was met zichzelf. 'Hmm', zei de boom. En even later nog eens: 'hmmm.' 'Mus', vroeg de boom, ben je blij dat ik blij ben? De mus schudde haar veren. 'Ja', zei ze, 'ik geloof het wel ja.' 'Ik vind het heel fijn voor je dat je blij bent.' 'kijk, zei de boom, kijk eens aan.' 'Kun je dan niet met mij mee vieren? Vieren dat je blij bent dat ik blij ben? Want ik weet iets dat nog leuker is dan blij zijn en dat vieren.' 'Oh', vroeg de mus verbaasd. 'Ja', zei de boom, 'samen vieren!' 'Dan hoeft er maar een blij te zijn om te kunnen vieren, de ander viert gewoon mee!'
De mus was tevreden en stemde in. Wat leuk voor de boom dat hij blij is en kan vieren, dacht ze. En ze vierden samen de hele dag, tot de zon onder ging en ze moesten gaan slapen omdat ze anders geen puf hadden om morgen weer te vieren.

Geinspireerd door de fabels van Toon Tellegen

maandag 26 december 2011

Pantoffels

Nadat ik een half uur levenloos in mijn bed was blijven liggen, besloot ik me toch maar op te laden om de dag te beginnen. Wie weet wie er misschien vandaag aan mij dacht. Mijn voornemen bleek zwaarder te zijn, zoals iedere ochtend. Een dag, een hele dag koste heel wat moeite. Vol met, vooraf, onoverwinnelijke obstakels. Enkele kon ik toch zelf overwinnen, andere moest de zuster voor me doen. Maar toch waagde ik de gok, wie weet wie er vandaag aan me dacht.
En natuurlijk mocht het niet vlekkeloos beginnen. Ik had mijn zware benen aan de kant van mijn bed getild, en was met respectievelijk veel gemak omhoog gekomen. Nu bleken mijn pantoffels er niet te staan. Ik raakte lichtelijk in paniek. Ik kon toch niet zonder pantoffels de kamer door. Ik zou gigantisch koude voeten krijgen, ze zouden nooit meer warm worden. Ik dwong mezelf na te gaan waar ik ze gister uit had gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat dat niet bij mijn bed was geweest. Waar deed ik ze anders uit? Nergens! Er was niet eens een ergens, want alles was hier. Afgelopen week was ik niet de deur uit geweest. Johan was te druk geweest. Lieveke ook trouwens. Waar waren mijn pantoffels nu? Misschien waren ze onder het bed geschoven. Dat zou een ramp betekenen. Buiten mijn macht, ik zou ze nooit kunnen pakken. Ik zou niet eens voorover kunnen buigen om te kijken of ze er eventueel lagen. Wat kon ik nog wel? Ik trok mijn benen weer op en ging hulpeloos liggen te liggen.
Plotseling schoot mij iets te binnen. De andere kant van het bed! De andere kant van het bed, dat is het. Ik herinnerde mij dat er gister een nieuwe zuster was gekomen. Een andere dan eerst en zij bracht mij aan de verkeerde kant in bed. Ze begreep niet wat ik zei, of ze hoorde niet wat ik zei, of ze begreep me wel, en hoorde wel wat ik zei, maar ging er van tevoren al vanuit dat het overbodig was. Alsof ik altijd brabbel.
Ik draaide mijn hoofd, en met die draai, ging er een zucht van verlichting door me heen. Ze waren er, ze stonden er, ik kon de dag beginnen. Wie weet wie er vandaag aan me had gedacht.
Ik schuifelde langzaam naar de computer, gekregen van johan. Eerder nog dan het koffiezetaparaat zette ik de computer aan. Wie weet, wie weet wie.
Toen de koffie ingeschonken was, was de computer bruikbaar. Ik zette me met moeite neer op de stoel en deed wat Johan me geleerd had om mijn mail te openen. Wie weet wie er aan me had gedacht.
Ik dronk mijn koffie, zat daar, verwachtte niets. Ik had wel geleerd dat je dat nooit moest verwachten. Verwachten is een kwelling. Afwachten al helemaal.
Het staafje was nu helemaal groen, en ik keek, maar er bewoog niets. Het was leeg. Geen bericht. Niemand die vandaag aan mij had gedacht. Ik zuchtte, ik schoof op mijn stoel en zuchtte nog eens.
Dan hoefde ik vandaag dus ook aan niemand te denken.

maandag 19 december 2011

Smurrie


Als je smurrie op je tas hebt,
en je weet niet wat het is,
dan is het altijd
poep



zondag 18 december 2011

Ik ben lekker stout

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!


Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
'k Wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!


En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: Nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

Annie M.G. Schmidt

(Misschien wel het geweldigste gedichtje van Annie M.G. Schmidt. Niemand die hier niet van kan genieten!)


 

dinsdag 29 november 2011

Mijn wiskundeboek en ik doen een wedstrijdje staren

Mijn wiskundeboek en ik doen een wedstrijdje staren. Op dit moment ben ik aan de winnende hand. Ik weet dat ik goed ben, heel goed. Helaas weet ik dat ik me binnen korte tijd moet overgeven. Met de handen in de lucht en de staart tussen de poten achter mijn schild vandaan kruipen en keihard om genade roepen.

Ik zit hier al een heel tijdje op de vensterbank. Behaaglijk warm, in een dikke trui, boven de radiator. Mijn boek ligt recht tegenover me op de grond. Nog precies daar waar ik hem gister uit frustratie heb neergesmeten. Met mijn nagels tik ik alle mogelijke en onmogelijke ritmes op het metaal van de verwarming. Zo nu en dan leg ik mijn hand er even op, om hem vervolgens weer snel weg te trekken; de verwarming loeit drie slagen in de rondte.

Mijn wiskundeboek houdt het lang vol. Ik had ook niet anders verwacht. Hij is een professional, dat merk je wel. Hij heeft dit vaker gedaan. Vaker met mij. Op precies dezelfde manier. Vandaar dat ik weet dat ik uiteindelijk moet toegeven. Maar ik ga nog even door, ik geef me niet gauw gewonnen.

Mijn ooglid begint een beetje te trekken, één voor één trek ik mijn wenkbrauwen op om de spanning er enigsins af te halen. Mijn wiskundeboek verrekt geen spier. Het gaat hem makkelijk af. Zoals ik al zei: hij heeft dit vaker gedaan.

Langzaam begin ik zenuwachtig te worden. Mijn geweten speelt me parten. 'Wilmine, morgen is de wiskundeherkansing. Moet je niet aan het werk? Moet je niet hard aan de slag? Moet je geen examenopgaven oefenen? Had je niet alllang bezig moeten zijn? Ben je niet veel te laat begonnen?

Mijn wiskundeboek speelt vals. Flauw van hem om mijn geweten in te zetten, een gemene, lage truc. Maar, helaas, zo speelt hij zijn spelletje nou eenmaal. Hij kent me. Hij weet hoe hij me uiteindelijk op mijn knieen kan krijgen.

Uiteidelijk. Voorlopig nog niet, voorlopig zit ik hier nog wel, op de verwarming, een wedstrijdje te staren met mijn wiskunde boek.

woensdag 23 november 2011

November

Een wollige deken van dikke mist verhinderde mijn zicht. Ik kon niet verder kijken dan tot de volgende lantaarnpaal. Als ik niet krampachtig mijn voorlamp omhoog hield, was ik al minstens vier keer tegen zo'n lantaarnpaal opgefietst.
De dikke mist brak het licht rond de lantarenpalen in een subtiel spectrum. Iedere lantaarnpaal bezat zijn eigen aureool, een lichtkrans, een 'halo'. Het was het enige dat ik duidelijk kon onderscheiden. Alsof de heilige twaalf langs de weg stonden om me te zegenen op weg naar wat ik ging doen. Van de rest van mijn omgeving vervaagden de contouren en zag ik niets dan schimmen.
Ik trapte gestaag door. Steeds opnieuw blies ik mijn warme adem in mijn eigen gezicht. Dit om te voorkomen dat het vocht in mijn neus zou bevriezen. Dat zou zo'n gedoe geven als ik thuis kwam. Ik zag er vast uit als een idioot, met mijn onderkaak zo ver naar voren gestoken.
Ik strekte mijn vingers, die ik al minstens een kwartier gespannen in een vuist hield. Meteen had ik er spijt van. De kou drong door dwars door mijn handschoenen heen. Ze waren gehaakt en de voering ontbrak. Had ik nou maar mijn wanten aan gedaan, mijn vingers moeten elkaar warm houden.
Hier en daar hing een tak over de weg, die ik vaak nog net op tijd kon ontwijken. Om de zoveel seconde knarste er een dennenappel onder mijn band, of een eikel, of een beukenootje.
Het was nog vroeg op de avond, al helemaal donker. Geen mens was op straat, althans, dat leek zo. Er was natuurlijk de mogelijkheid dat er zich iemand op meer dan tien meter afstand voor mij bevond. Die iemand was voor mij dan niet zichtbaar. Dus ik voelde me alleen. Wat nou als er zich vijftig mensen op straat bevonden, maar allemaal op tien meter afstand van elkaar? Niemand zou ook maar iemand kunnen zien. En iedereen voelde zich alleen.
Het miste al drie dagen. Koud was het nog maar net. September had alle warmterecords gebroken. Niemand had kunnen wennen aan de plotselinge kou en de mist weerhield de meeste mensen ervan naar buiten te gaan. Iedereen was bang voor de winter, geschrokken dat de dagen nu al zo lang duurden.
Ik was nog niet thuis. Thuis zou nog even op zich moeten laten wachten.

(wordt (misschien) vervolgd)

dinsdag 22 november 2011

Lieve Sinterklaas


Sint Nicolaas zat dit jaar te denken
wat hij wilmine op 5 december zou schenken.
Hij dacht en dacht en dacht en dacht,
maar had na twee dagen nog niets bedacht.
Hij plukte en plukte aan zijn baard,
en vroeg uiteindelijk piet om raad.
Die Wilmine is zo'n geweldige, lieve, leuke meid,
Die verdient wel meer dan een kleinigheid.
Ze heeft ook zo haar best gedaan dit jaar,
met een chocoladeletter zijn we nog niet klaar.
Dus streek de sint eens goed over zijn hart,
en gaf Wilmine een nieuwe telefoon, een spiegelreflexcamera, een reisje naar New York een Louis Vuitton tas, een saunarrangement, een doos bonbons, een nieuwe fiets, een zinzi-ketting, vier paar nieuwe schoenen, een horloge, een Ipad, een rijbewijs, een concertkaartje voor The Script, een robot-afwasmachine-inruimer, en viermaal een voldoende voor wiskunde.

vrijdag 14 oktober 2011

You catched the underste from the can, so we could pass with flag and wimpel

Vandaag was een bijzondere dag. Ik kreeg namelijk mijn Cambridge certificaat. Cambridge certificaat? ( Hè waarom weten jullie niet wat dat is? Zo moet ik dat irritante woord nog twee keer typen!) Ja, een Cambridge certificaat. Ik heb twee jaar lang extra Engels gekregen en na het halen van mijn CAE ben ik nu in het bezit van dat Cambridge certificaat. Dat schijnt goed te staan op je cv. En het schijnt dat je hiermee in Amerika of Engelang kunt studeren. Niet dat ik dat wil hoor, nee.
Maar onze lerares heeft ons goed geholpen, en we zijn dan ook alle acht geslaagd. En dat gebeurt niet vaak. En nadat zij ons heel blij had gemaakt met twee stukken (ja, twee stukken per persoon Ö) overheerlijke chocolade taart, was een bedankbriefje wel op zijn plaats.

Dear ms Teacher,
We want to thank you for sleeping us trough. It went not always about roses, it was not always cook and egg, but you did not drop the mood and did not let the hope sail. You catched the underste from the can, so we could pass with flag and wimpel. We can now call ourselves the nose of the salmon because we speak English with two fingers in the nose. In one word: you were our rock in the branding.
Thanks from our bottoms,
Your outmunting students

De thuiszorg

Mijn moeder werkt sinds kort in de thuiszorg. Vroeger, heel lang geleden, werkte ze ook ergens in een bejaardetehuis. Ergens. Waar ik overigens nooit geweest ben. Heel lang geleden dus.
Ik dacht altijd dat dat het stomste was wat je maar kon verzinnen. Wie koos er nou voor een beroep waarbij je mensen moet douchen en billen moet schoonvegen en kunstgebitten moet schoonmaken en steunkousen aan moet trekken bij zeurende ouwe vrouwtjes én bij vieze oude mannetjes.
Voor het geval jij dat ook dacht, je hebt het mis. Helemaal mis. Nu mijn mams weer aan het werk is zit ik tweemaal in de week met smart te wachten op de verhalen die komen gaan. Ze hoeft nog maar te zeggen: 'vanmorgen was ik bij' en ik lig al slap van het lachen. Ik zal een paar voorbeelden geven. Het is belangrijk dat je je goed voorstelt hoe deze mensen in hun stoel zitten. Een beetje doof, een beetje afwezig.
De eerste is een man van 85 die een beetje in de war is. Toen mijn moeder aankwam, bleek de man in zijn broek te hebben geplast. Deze man houdt namelijk erg van een drankje. Zijn familie is daar niet zo blij mee en haalt altijd alle drank uit huis. Maar als de man weer een beetje helder is, gaat hij rustig met de auto weer wat borreltjes halen. Mijn moeder vroeg of de man meeging om zijn broek te verschonen. De man, die zojuist had aangegeven dat hij in zijn broek geplast had, wist niet wat hem over kwam. Meekomen? Waarvoor? 'Om een schone broek aan te trekken', zei mijn moeder. 'Een schone broek? Waarom dat dan?' 'Nou', zei mijn moeder, 'u heeft toch in uw broek geplast?' Waarop de man verontwaardigd reageerde: 'in mijn broek geplast? Dat is onmogelijk. Dat kan niet. Dat is niet gebeurd. Dat kan niet.' Hij hield het stellig vol terwijl de zure geur de kamer door zengde.
Het tweede voorbeeld is van een vrouw van 95. Deze mevrouw was heel erg moe, heel erg moe. Ze bleef maar tegen mijn moeder vertellen hoe moe ze wel niet was. Mijn moeder zette het eten voor haar klaar, maar nee, ze was te moe. Te moe om het op de te eten. 'Maarja', zei ze, 'dat mag ook wel.' 'Ik ben tenslotte al 95, toch? 95 dacht ik, toch?' Ze wist het niet meer. Mijn moeder wilde haar geruststellen en keek even voor haar in de map. Verbaasd keek ze weer op. 'Mevrouw kan het soms zijn dat u vandaag jarig bent? Bent u vandaag 96 geworden?' 'O', zuchtte de vrouw verbaasd, 'ja, ja dat kan wel. Ja volgens mij wel ja. Dat zou best eens kunnen...' Bleek dat de mevrouw vanochtend een familiefeest had gehad om haar verjaardag te vieren. Vandaar dat ze zo moe was.
Ten slotte eigenlijk een beetje een triest voorbeeld. Het gaat over twee oude vrouwtjes die al heel lang samenwoonden in hetzelfde huis. Of ze een relatie hebben gehad, dat wist niemand. Maargoed, ze woonden al jaren in hetzelfde huis. Toch is er een probleem. Ze hebben namelijk geen gordijnen voor de ramen en zitten nu iedere avond bibberend in hun stoel. Dat grote, donkere gat maakt hen vreselijk bang. En ze wonen al jaren in dat huis! Arme vrouwtjes. Bang voor het donkere gat in hun eigen huis. 'Als iemand nou een rails ophangt! Ik heb nog wel een paar oude gordijnen!' zei een collega al.
Tja, en zo maakt ze nog veel meer mee. Allemaal geweldige verhalen. Oude mensen zijn mooie mensen. Daar ben ik nu wel uit. Met een gigantisch gevoel voor humor, al hebben ze dat zelf niet altijd door...

woensdag 21 september 2011

Dus als je je afvraagt waar ik ben, dan zit ik aan een mondeling Engels

En daar zit ik dan weer achter mijn laptopje. Het laptopje dat eigenlijk helemaal niet van mij is, maar wat ik mij wel zo langzamerhand heb toege-eigend. Voor de zoveelste keer hou ik de backspace toets ingedrukt. Al drie pogingen heb ik uiteindelijk weer uitgewist. Niets wil. Er komen geen letters, geen woorden en al helemaal geen zinnen. Geen ideeen. Geen inspiratiewatervallen. Geen opvallende gebeurtenissen die ik nodig met jullie zou moeten delen. Niks. Hopeloos.
Het enige wat ik de afgelopen weken aan het doen ben, en wat ik waarschijnlijk de komende weken ook zal doen, is leren. Leren, bijblijven en voor de verandering wel mijn huiswerk voor wiskunde maken. En dat gaat goed! Ik loop als een trein en ik weet zeker dat ik ga slagen. Met frisse moed ben ik aan dit schooljaar begonnen en ik neem me voor het ook met frisse moed te eindigen. Want dan breekt een nieuwe periode aan en ik kan niet wachten totdat die periode begint! Dan laat ik de middelbare school achter me en duik ik het studentenleven in! Nou ja, zo diep duik ik nou ook weer niet. Ik weet nog niet eens wat mijn vervolgopleiding wordt...
En zo ben ik dit jaar veel bezig met examens leren, profielwerkstukken maken (het is er maar één, maar het lijken er honderd!) en me orienteren op mijn studiekeuze. En zo ben ik wat minder bezig met bloggen. En komen de ideeen ook wat langzamer.
Dus als je je afvraagt waar ik ben, dan zit ik aan een mondeling Engels of een praktische opdracht Maatschappijleer. Maar maak je geen zorgen. Ik zal af en toe nog wel eens bloggen. Gewoon even buurten en vragen hoe het gaat. Anders kan ik 's nachts niet slapen.

dinsdag 20 september 2011

Change the world all by yourself

De wereld veranderen in je eentje. Okee, als dit echt zou kunnen, dan waren we allemaal klaar. Geen onrecht, geen armoede, geen uitbuiting, geen honger, geen uitputting van de aarde. Helaas is dit niet het geval. Er zijn zo ongelofelijk veel mensen die ongelukkig zijn, die ziek zijn, die niet naar school kunnen. En dat is niet eerlijk. Wij als wereldburgers kunnen daar wat aan doen. Jij, ik, wij. Wij hebben daar verantwoordlijkheid in. Je hoeft je fijne leventje hier niet op te geven om te emigreren naar de arme kindjes in Afrika, je kunt ook gewoon fairtrade producten kopen. (echt waar, die chocola smaakt zoveel beter) Je kunt biologische kleding dragen, geld geven aan goede doelen, of nog simpeler: iets minder lang douchen en het licht uitdoen in de kamer waar je bent geweest. (Dat is vooral een puntje waar ik aan moet werken.)

Jullie denken nu vast : waar haalt ze dit vandaan? Hoe komt het dat ze van de ene op de andere dag een ' Changemaker' wil zijn? Nou dat zit heel simpel. Ik ben vorig weekend naar het 'ChangemakerFestival' geweest. Vorig jaar heb ik die indrukwekkende reis naar Oekraine gemaakt met de organisatie World Servants en dit was de afsluiting van die reiservaring. Een groot festival met alle jongeren van World Servants en die van Edukans en Togethere. Een geweldig mooi weekend, vol met inspiratie. Het kan niet anders dan dat je terug komt vol enthousiasme en goede wil om de wereld te verbeteren. Ik heb me meteen na thuiskomst opgegeven voor de volgende reis. Klaslokalen bouwen in Malawi dit keer. Om ook mijn kleine steentje bij te dragen aan de verbetering van de wereld. Dus nu kan ik weer de deuren langs. Sponsors zoeken en giften vragen. Iemand die mijn nieuwjaarsduik wil steunen voor Malawi?

Een paar voorbeelden van mensen die wel verder durfden te gaan toen anderen zeiden dat het zinloos was. Mensen die op hun manier een klein beetje van de wereld verbeteren.

Licht in een donkere krottenwijk,

een uitvinding die levens kan redden,

of een simpele schoenendoos...
Dat kun jij ook!


zondag 11 september 2011

Droom over mij

Droom over mij
en vertel het me morgen,
hoe stoer ik was,
hoe mooi, hoe lief

dan kijken we morgen,
duimend opnieuw,
of ik ook maar iets
in de buurt kom.




Met dank aan G.

woensdag 7 september 2011

Openbaringen 3, vers veterstrik en highfive

Hebben jullie dat ook wel eens? Van die openbaringen? Je dacht altijd dat je alles al wist, maar dan verschijnt er iets op je pad waarvan je nooit voor mogelijk had gehouden dat het bestond. En waarvan je je afvraagt waarom je dat nog niet wist.
Laatst had ik het. Ik weet niet meer wie het mij vertelde, ik weet niet meer waar we waren. Ik was zo verbijsterd dat me dat allemaal is ontgaan. Maar wat ik wel nog weet is wat hij/zij me zei. Het zette mijn wereld op zijn kop. Hij zij: (rampampam, rampampam (tromgeroffel)) 'wist je dat wanneer je met een high five naar de elleboog van diegene kijkt, je nooit misslaat?'
Wat? Dacht ik. Wat? Ik sla áltijd mis! Dat meen je niet. Wist jij dit? Waarom heeft niemand mij dit eerder verteld? Dit is geweldig!
En natuurlijk ben ik toen de rest van de dag gaan uitproberen of het ook echt werkte. Iedereen die voorbij kwam gaf ik een high five en mijn dag kon niet meer stuk, want alles was raak. Het werkte! Wonderbaarlijk! Waarom is dit niet algemeen bekend? Ik ben zelf een fervent High fiver en doe het dan ook zo'n drie keer per dag (niet uitrekenen hoeveel dat in een jaar is, daar krijg ik pijn van in mijn hand). Maar bijna altijd gaat het mis! En als het mis gaat, dan moet je opnieuw. Je moet opnieuw. Want het moet opnieuw. Altijd. Tot je raak slaat. Het is een soort zenuwtrek. Maar nu is dit hele issue van de baan, want je moet gewoon naar de elleboog kijken! Dan sla je nooit meer mis! Tjongejonge...
Nog zo'n openbaring kreeg ik toen mijn vriendin me laatst vertelde dat iedereen, ja, jij ook, zijn veters verkeerd strikt. Ja, jij ook! Tenzij je dit filmpje hebt gezien. Het blijkt dus dat de manier van veterstrikken die ons op de basisschool wordt aangeleerd en waarvoor je in de meeste gevallen (ik dus niet, en daar ben ik nog steeds heel verdrietig om) je veterstrikdiploma krijgt, fout is! Gewoon verkeerd! Je moet de lus niet voorlangs, maar achterlangs halen! Mensenkinderen, dat zet toch je hele wereld op zijn kop? Waarom wist ik dit niet? Op dit soort momenten ga je haast twijfelen aan je zelf en alles wat los en vast zit.
Maargoed, ik dwaal af, als jij dit filmpje bekijkt weet jij dus voortaan ook hoe je wel je veters moet strikken. (Even doorscrollen naar onder) Een openbaring niet?
Wauw. Het leven is echt een stuk beter zo.

maandag 5 september 2011

De Kleren-Turk

Midden in ons kleine dorpje staat een piepklein atelier, een naaiatelier. Het wordt gerund door een Turkse man die gebrekkig Nederlands spreekt. De man is ontzettend aardig, gigantisch klantvriendelijk en levert voortreffelijk vakmanschap. Vandaar dat ik, als onnozele tiener die niets weet van handwerken, eens langs ging bij deze sympathieke man om mijn jasje te laten repareren.
Toen de Turkse man mij voorstelde om het jasje even aan te doen zodat hij de spelden op de juiste plek kon steken, nam ik uit voorzorg mijn mobiel uit de zak van het jasje. Ik ken mezelf, het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets zou laten liggen.
Maar wat ik wilde voorkomen gebeurde toch. Mijn mobiele telefoon bleek bij thuiskomst toch nog in het ateliertje te liggen. De Turkse man was met mijn telefoon naar zijn buurvrouw gegaan en zij had mijn moeder opgebeld. Mijn moeder keek er niet van op.
De volgende dag verscheen ik dan ook met een rood hoofd in het ateliertje. Met een brede grijns op zijn gezicht overhandigde de man mij mijn telefoon. 'Die chaotische tieners ook altijd' moet hij wel gedacht hebben. Ik bedankte hem vriendelijk en ging weer naar huis.
De week erna was mijn jasje klaar en kon ik hem ophalen. Ik parkeerde mijn fiets voor de deur en kwam voor de zoveelste keer het naaiatelier binnen. De man en ik kenden elkaar inmiddels een beetje en we lachten om het voorval. Tijdens het afrekenen grapte ik dat ik voor de zekerheid nog even zou checken of ik mijn mobiel wel had en de man grapte mee.
Ik betaalde, draaide me om en liep richting de deur.

'Uh, wacht even', zei de man terwijl hij een voorwerp van de toonbank omhoog hield.
'Is dit jouw sleutel?'

woensdag 31 augustus 2011

Klein en Groot

Klein zei: 'Maar als we er later niet meer zijn, als we dood zijn, hou je dan nog steeds van me? Duurt de liefde voort?'

Groot drukte Klein stevig tegen zich aan terwijl ze samen naar de nacht keken, naar de maan in het donker en de sterren die fel schitterden. 'Klein, kijk maar naar de sterren, hoe ze glimmen en gloeien, terwijl sommigen ervan al een hele tijd geleden gestorven zijn. Toch schitteren ze nog in de avondlucht, Klein, want de liefde dooft nooit, net als het licht van de sterren...'

"Small said, 'But what about when we are dead and gone, will you love me then, does love go on?'

"Large held Small snug as they looked out at the night, at the moon in the dark and the stars shining bright. 'Small, look at the stars, how they shine and glow, some of the stars died a long time ago. Still they shine in the evening skies, for you see, Small, love like starlight never dies...'
Debi Gliori
No matter what (Bloomsbury Publishing)

maandag 29 augustus 2011

Winterjassen in Augustus

Vandaag realiseerde ik het me. Weg zomer. Nou ja, weg. Hij is er nooit geweest. In Oekraïne heb ik een weekje zon gehad. Daar moet ik het de rest van het jaar mee doen. Toen ik weer in Nederland was, heb ik niets anders gezien dan regen. Enkel regen. Om moedeloos van te worden. Vooral toen ik me vandaag bedacht dat ik van de kou maar mijn winterjas had aangedaan. Winterjas! In Augustus! Is er iets deprimerender dan dat? Ik geloof het niet. Een winterjas in Augustus is toch wel erg miezerig. Wat nou Global Warming? Ga toch weg met je Global Warming! Bah.
Toen ik het vanmiddag koud had, in huis, heb ik uit protest geen vest aangedaan. Hmpf, een vest in de zomer. Nu loop ik al de hele middag met beenwarmers om mijn armen. Dat helpt. Maar het kleine beetje hoop dat ik nog enigszins had op een straaltje zonlicht is nu helemaal verdwenen. Het is overmorgen al September. En is het September, dan wordt het alleen maar slechter. Bah, ik hou wel een winterslaap.

Verder gaat het goed met me. Behalve over het weer heb ik niets te klagen. Ik ben met frisse moed begonnen aan het laatste jaartje op school. Ik wil alles gigantisch goed bijhouden en dat is me tot nu ook nog gelukt. Zelfs wiskunde! Dat worden geen wiskundedagen dit jaar (yes). En dat alles dankzij mijn broer. Hij is mijn eigen persoonlijke wiskunde docent en hij hoeft er niets voor te hebben. Ik heb het hem wel gevraagd hoor, dat wel. Maar hij doet het uit liefde. (Okee, dat was niet het antwoord van mijn broer. Dat zou hij nooit zeggen, dat heb ik er van gemaakt) Dus, het gaat helemaal goed komen dit jaar. Volgend jaar mei ben ik geslaagd en ga ik met elf meiden op vakantie. En nee, dat wordt geen kippenhok, dat wordt geen ruzie, en ja, dat komt wel goed en we gaan het leuk vinden. Nu nog uitvinden waar we heen gaan. Want dat weten we nog niet helemaal. Daar zijn we het nog niet helemaal over eens. Helemaal niet zelfs. Maar dat komt wel goed, heus! Ik kijk er nu al naar uit. Tien dagen vijfentwintig graden en zon. Ergens daar in het zuiden. Maakt niet uit waar, als het maar in het zuiden is. Sun, here I cume!

zondag 28 augustus 2011

Mijn nichtje heeft haar arm in het gips

Ze is vijf en door haar broetje per ongeluk van een klimtoestel afgeduwd omdat ze niet opschoot. Ze heeft er een hele mooie tekening over gemaakt, speciaal voor mijn moeder.


Kijk nou naar dit poppetje! Het is toch geweldig! Ik vind het fantastisch.
Oja, mijn nichtje is linkshandig. Nu zat haar linker pols in het gips en moest ze dus met rechts schrijven. Vandaar dat alle letters omgedraaid zijn, hihi...

dinsdag 23 augustus 2011

Vreemde Vlamingen over facebook

Wat als facebook niet werkte? Tja, dan waren velen van ons niets. Dan was mijn blog niets. Ik heb namelijk veel te danken aan facebook. Ik krijg er veel inspiratie van en veel filmpjes die worden gedeeld vind je vaak weer terug op mijn blog.
Zo ook vandaag. Dit combineert mooi de twee kernen. Het is een filmpje dat ik via de facebook van een vriendin heb ontdekt en het heeft als titel: 'wat als facebook niet werkte?'
Haha, ik heb in een scheur gelegen. Vooral bij : 'Ik negeer jouw vriendschapsverzoek!'

Oekraïne deel 2


Okee, uhum, daar lig ik dan. Op een tweepersoons slaapbank, in de logeerkamer van mijn Oekraïns gastgezin. Ik heb er zelf voor gekozen, er waren maar een aantal plekken voor deelnemers die een nachtje bij een gezin wilde slapen, en ik bezit een van die plekken. De rest van de groep slaapt heerlijk rustig, gewoon op het matrasje in een van de lokalen in de basisschool, ons basiskamp.
Het is een geweldig gezin, bestaande uit moeder, oma en twee kinderen. Vader werkt, net als alle andere mannen uit het dorp, in Hongarije en komt eens in de zoveel weken een poosje thuis. Ze zijn geweldig gastvrij, zelfs toen ik zei dat ik mijn avondeten al binnen had, en dus vol zat, kreeg ik nog een complete maaltijd voorgeschoven. We hebben via de tolk veel gepraat. Het is heel bijzonder om te horen hoe deze mensen naar het leven kijken.
Eigenlijk is dit bed vreselijk. Zucht. Ik ben hier samen met Louisa, de tolk, waar ik nog niet veel mee heb, en slaap samen met haar op een tweepersoon slaapbank, met, wat blijkt, een eenpersoonsdekbed. Oh, help. Straks moeten we elkaar innig vasthouden om niet onder de deken vandaan te rollen. Dichterbij dan een meter hoeft ze echt niet te komen! Hoe ga ik dit nu ooit oplossen?
Verder staat hier in de logeerkamer een pop in bruidsjurk die danst op de 'Für Elise' en is het complete servies uitgestald in de immense, muurbedekkende wandkast. Uhum, iets, ergens heel vaag, doet me denken aan een 'honeymoon'. Vreemd en 'awkward' dus.
Oja, dit was ik alweer bijna vergeten. Ik heb op een middeleeuws toilet geplast. Buiten het huis, in de varkensschuur, was een klein kamertje waar de plank met het gat erin mij niet zo heel erg aanlokte. Hemelzijdank, er was normaal, gewoon Hollands toiletpapier, al moest ik wel plassen met de deur open, want er was geen licht.
Ach wat, ik zal vast heerlijk slapen. Wat ongemakkelijke situatie? Ik beeld het me vast in. Zo. Lekker achterover gaan liggen onder ons dekbed, en nu nog wachten tot mijn kersverse bruid uit de douche komt.

Bach in the woods

Goeiemiddag. Daar was ik weer. Vakantie neemt zoveel tijd in beslag, dat ik niet meer aan bloggen toekwam. Maar, de blogideeen stapelden zich afgelopen week wel op. Bereid je dus maar voor, want ik post nog vijf (okee, overdreven) posts vandaag...

Als eerste:
Dit filmpje vond ik een paar dagen geleden op de facebook van mijn tante. Heel, heel vet. Nou ja, vet, ik kan het eigenlijk niet goed omschrijven. Kijk zelf maar!

maandag 15 augustus 2011

Vrouwenmantel na een regenbui



Deze ochtend gemaakt in de tuin. De zon liet eindelijk zijn gezicht weer eens zien. Het was zo mooi!

zaterdag 13 augustus 2011

Tandpasta en trouwen

Heb je die reclame gezien? Die stomme reclame van Oral-B? Nee? Nou, ik wel. Belachelijk. Ze verzinnen tegenwoordig echt van alles. Alles om hun product maar te verkopen. Van de zotte. Niet te geloven dat mensen daar ook intrappen.
Dit keer ging het over een vrouw wiens trouwplannen perfect verliepen. Alles helemaal in orde (dit vertelt ze dan in trouwjurk, voor een spiegel, met zo'n vervelende overgesproken stem). Totdat ze erachter kwam dat haar tanden niet wit genoeg waren! Wat een ramp! De kleur van haar jurk was veel witter dan die van haar tanden. En de bruiloft was al over twee weken! Afschuwelijk! Ze zat met haar handen in het haar en wilde bijna de trouwdag afzeggen. Ze wist niet wat ze moest doen. Ze was radeloos.
Toen ontdekte ze de niewe Oral-B 3D White tandpasta. Dit betekende een verandering in haar leven. Ze garandeerden haar zichtbaar wittere tanden in twee weken en guess what? Het werkte! Oh gelukkig. Ze was weer helemaal blij. Haar huwelijk was gered. Nu kon ze gelukkig 'op de mooiste dag van haar leven, haar mooiste glimlach geven'. Zwijmel, zwijmel, kwijl, kwijl, slijm.
Grut, nee. Ik heb het niet zo op dit soort reclames. Helemaal niet. Hmpf. Tandpasta en trouwen hebben helemaal niets met elkaar te maken. Alsof je tanden even wit moeten zijn als je trouwjurk. Tsss. Alsof dat zo zou zijn. Nou, hè, als je twee weken voor je trouwen bezig bent met alleen je tanden en verder niets ter wereld je aandacht kan trekken, dan zit je hartstikke fout. Dan kun je beter niet trouwen. Hmpf. Stomme reclame.
Ik koop wel een gele trouwjurk.

vrijdag 12 augustus 2011

Soms, een enkele keer

Soms, een enkele keer,
met heel veel moeite en voornamelijk toevallig,
lukt het iemand
om met beide armen zijn verdriet te omvatten.
Hij tilt het op.
Laat de deur niet op slot zijn, nu...
Hij duwt hem open met zijn knie
en loopt met grote breedsporige passen naar buiten.
Kijk uit! roept hij
want het verdriet is zo groot dat hij er niet overheen kan kijken,
en doorzichtig is het nooit.
Ver weg, in een sloot of op een drassige plek
onder populieren
of achter een scheve schutting tussen oude autobanden,
speelgoed, resten van vuur,
gooit hij het neer
en fluitend loopt hij terug naar huis.

Toon Tellegen

donderdag 11 augustus 2011

Oekraïne deel 1


Mijn broer zei het nog zo: 'moet je niet je werkschoenen inlopen?' Hij liep namelijk al drie dagen voor we weg gingen op de S3 veiligheidsschoenen. S3 houdt in én stalen neus, en stalen zool. Geen spijker zou ooit je voet binnen kunnen dringen.
Maar nee hoor, Wilmine hoefde dat niet. De linkerschoen zat in de winkel toch prima? Waarom zou ik dan in de goede vrede thuis op die dingen gaan lopen? Nee, het dragen van die foeilelijke (al heb ik nog de enigszins charmante damesvariant (ja, die bestaan dus echt)) schoenen wilde ik beperken tot de echt noodzakelijke situaties.
En nu zit ik hier dan, in het vliegtuig, met hevig knappende oren en één voet zonder schoen. Vanochtend bij het aantrekken van mijn rechter werkschoen was het al meteen mis. Natuurlijk. Daar kon ik op wachten. We dragen de werkschoenen tijdens de heenreis om gewicht te besparen. Heel handig, behalve dan het voorval bij de detectiepoortjes. Iedereen moest zijn schoenen uit doen, omdat het douaneding anders heftig begon te piepen.
Au. De ingedeukte stalen neus drukt prettig de twee delen van het gewricht van mijn rechter grote teen uit elkaar. Heel fijn. Gelukkig heeft G., de krachtpatser, de deuk iets uitgedeukt. De irritatie is valt nu ergens wel te verdragen. Een beetje dan. Gut, dat begint goed. Nu maar eens afwachten hoe dit zich zal vervolgen. We zullen het wel zien.
Pff, vliegen blijft spannend. De schommelingen maken me misselijk. Gelukkig heb ik mijn 'frappuchino' (voorlopig helaas het laatste luxeproduct, gok ik. In Gyula (500 inwoners) hebben ze vast geen Starbucks) en het boek De zonnewijzer van Maarten 't Hart bij me. Ik kan niet wachten om erin te beginnen. Zeg nou zelf, de opening: 'Roos was dood en ik wist niet wat ik aan moest trekken. Was het maar winter, dan trok ik mijn lange zwarte jas aan. Maar het was zomer, wie ging er nou dood in de zomer', is toch ook geniaal?
O, jippie, de kleffe vliegtuigbroodjes kaas komer eraan. Daar moet ik mij maar eens gauw op storten. Wie kan zoiets heerlijks nou niet weestaan?

Ps. We vliegen 840 km/h Ö!

dinsdag 9 augustus 2011

Een dikke 'min tien graden' slaapzak

Gister deed ik niets. Helemaal niets. Ik voelde me eigenlijk een invalide die van top tot teen, behalve kaken, verlamd was. Maar dan op de positieve manier (kan dat?). Ik zal het plaatje voor jullie scheppen.
Ik lag diep weggezakt tussen de kussens van de net iets te grof uitgevallen, grijze Ikea-bank, met mijn benen ontspannen op het net zo groffe voetenbank, dat fungeerde als longseat, omdat een echte, officiële longseat niet in de achterkamer paste, want de immense Tv en de daarbij behorenden TV-kast namen net iets teveel ruimte in.
Mijn ogen waren uitdrukkingsloos en net ver genoeg open om te kunnen zien wat zich op dat grote scherm afspeelde. Wat zich er afspeelde boeide me eigenlijk niet. Het was alleen maar om te voorkomen dat ik over dingen na ging denken. Want tvkijken en over dingen nadenken gaan niet samen, dus stond niet de tv, maar ik op stand-by. De afstandsbediening lag op een gepaste dertig centimeter bij me vandaan, met mijn hand er levensloos naast.
Aan mijn voeten bevonden zich sokken die net niet genoeg warmte boden, maar daar schonk ik geen aandacht aan. Ik droeg een zwarte, uitgelobberde joggingsbroek met een patroon van tandpastavlekken. De binnenkant van de zakken hingen als zielige hoopjes aan de buitenkant van mijn broek. Daarboven droeg ik een drie jaar oud vest. Vies groen. Ik kan me nog niet voorstellen dat ik dat ooit gekocht heb, maar dat doet er niet toe. Het was verbleekt door het vele wassen, want hij hing vaak over de stoel in mijn kamer die als kledingstortplaats diende en als ik dan wilde opruimen wist ik er niets anders mee te doen dan het maar weer, voor de zoveelste keer, in de was gooien. Er was geen plaats voor in mijn kast.
Over mij heen lag een dikke 'min tien graden' slaapzak. Hij lag trouwens ook onder me. Ik lag erin.
Naast de bank, op het kleine tafeltje, stond een soepkom gevuld met thee. Hij was nog vol en de thee was helaas al koud. De soepkom stond net te verweg. Ik kon er niet bij.
Aan de andere kant van mij, op de bank, lag een slagveld van paaseipapiertjes. In de vooraadla vond ik nog een verdwaald zakje met precies zeven diep pure paaseitjes in zich. Fabuleus, want chocola kan op zo'n moment onmogelijk ontbreken. Één papiertje precies, had ik geprobeerd glad uit te strijken, zonder scheuren. Zoals iedereen dat altijd probeert met paaseipapiertjes. Natuurlijk faalde ik hopeloos en de rest van de papiertjes lagen dan ook verspreid in propjes links van mij op de bank.
Toen mijn vader binnenkwam, dacht hij dat ik ziek was. Maar ik was helemaal niet ziek. Totaal niet. Juist niet. Ik voelde me kiplekker. Maar ik nam niet de moeite hem dat uit te leggen en zei hem dat hij gewoon jaloers was, zoals zoveel mensen doen als ze geen zin hebben om antwoord te geven.
En zo bracht ik de hele ochtend impuls-resistent door. Om half twee had ik er genoeg van. Ik stond op en ging wat doen.

( Wauw, weer zo'n voorbeeld van een verhaal dat nergens over gaat.)

zondag 7 augustus 2011

Gouden vrienden

Het was elf Juli, de dag voor vertrek naar Oekraïne, acht uur. De bel ging, en mijn lieve vriendinnen kwamen mij gedag zeggen. Ontzettend gezellig zoals altijd, maar ook heel fijn dat ze zo met mij meeleven. Ik heb een stel gouden vriendinnen, dat bleek maar weer.
'Wilmine', zei vriendin J, 'we hebben nog een kleinigheidje voor je'. Ik wilde al hevig protesteren, maar ze dwongen me het eerst uit te pakken. En wat kwam er onder het schattige papiertje vandaan? Een klein, lief schattig noteboekje. Letterlijk een Lief-boekje, van het merk Lief.
'Omdat je tijdens je reis niet kunt bloggen' 'Om je verhalen bij te houden' 'Een alternatief voor het bloggen' 'Geen logboekje, maar een Blogboekje.'
Helemaal geweldig, wat een super cadeautje. Voorin stond een kort berichtje en een paar foto's, zodat ze toch nog een beetje bij me waren. Ze eisten dat ik heel veel zou schrijven, zodat ze alles terug konden lezen. En dat heb ik dan ook gedaan. Vaak wel acht pagina's per dag. Om jullie ook een beetje te laten ruiken van wat ik heb meegemaakt zal ik zo nu en dan een een dag uit het blogboekje overzetten op mijn echte blog.

Ik heb hem zelf nog niet eens terug gelezen! Ik ben benieuwd wat ik twee weken en vier dagen geleden dacht... 

vrijdag 5 augustus 2011

Pipo en de lachplaneet

Het is me gister tijdens het oppassen weer eens duidelijk op het hart gedrukt. Kinderen zijn genieen. Ik heb met open mond gekeken naar de dvd van Pipo. Wat ik daar zag, was helemaal nieuw voor me. Hier wist ik helemaal niets van af. Ja, van kinderen kunnen wij volwassenen (of bijna-nog-net-niet-volwassenen) een hele hoop leren. Veel kennis gaat helaas verloren met de jaren. Kinderen zijn genieen en ze lachen zo veel. En daar ging het nou net over gisteravond.
Ik had het me altijd al afgevraagd. Waar blijven die lachen toch? Gaan die gewoon verloren? Mensen lachen zoveel, maar waar gaan die dan heen, die lachen? Gister is mij antwoord gegeven op mijn al jaren openstaande vraag.
Lachen gaan niet verloren. Nee, want zoals Pipo zegt: ´alles wat goed is, vergaat niet´. En zo ook lachen. Lachen gaan niet verloren. Als er op aarde wordt gelachen, stijgen die lachen in de vorm van lachbolletjes de ruimte in. Men kan dan de pech (of het geluk) hebben, niet in een regen-, hagel- of sneeuwbui, maar in een lachbui te belanden. Miljoenen lachbolletjes overspoelen je dan, en je kunt zelf ook niet meer ophouden met lachen.
Maar Pipo was benieuwd waar die lachbolletjes dan heen gaan, want zoals hij al zei: ze gaan niet verloren. Nou mensen, dat zit zo. Voor alle mensen die net als ik ook al jaren met deze vraag rondlopen, komt nu de oplossing. Lachbolletjes zweven naar een klein planeetje hier heel heel ver vandaan. Een planeetje waar het twee keer per dag nacht wordt en waar deze lachbolletjes veranderen in de prachtigste bloemen. Ja, bloemen. Wie had ooit gedacht dat de twee vrolijkste dingen in de wereld samen verband hielden? Ik niet! Ik stond versteld van alle kennis die mij voor het oprapen lag. Kinderen zijn genieen.
De grote van de bloemen hangt af van de grote van de lach. Een grinnik verandert bijvoorbeeld in een schattig viooltje en een schaterlach in een zonnebloem. Zo staat er op die lachplaneet ook één gigantische bloem. Een bloem zo ontzettend groot dat je erin kunt vallen.
Daar zijn ze heel trots op, op die bloem. 'Ze' zijn Schater, Klater en Pretje. De bewoners van de planeet en de verzorgers van de bloemen. Pretje is maar klein en verlegen. Ze is eigelijk maar een binnenpretje. Schater, Klater en Pretje worden er blij van te bedenken dat er iemand op aarde zo ongelofelijk hard heeft moeten lachen, zo ongelofelijk dubbel heeft gelegen, dat die hele mooie, grote bloem verscheen. En als je er aan ruikt, dan krijg je de hoogte. Dat is bloemenkracht.
Helaas wordt het twee keer per dag nacht. En dan verschuilen Klaterlach, Schaterlach en Pretje zich in hun huisje, want 's nacht is de planeet van Hoon en Grim, de andere bewoners van de planeet. Op aarde wordt helaas niet altijd leuk gelachen. Soms wordt er ook om iemand gelachen, of om de pijn die iemand heeft. Dat zijn nare lachen. Die nare lachbolletjes veranderen in onkruid op de lachplaneet.
Als Klater, Schater en Pretje ´s nachts naar buiten gaan, dan lopen ze groot gevaar. Dan worden ze uitgelachen door hoon en grim, en dan zijn ze nergens meer. Ze waren ooit met z´n vieren, maar de vierde is helaas ooit ´s nachts naar buiten gegaan. Ze is uitgelachen en nu is ze weg, ze is uit.
Gelukkig heeft Pipo voor een mooie oplossing gezorgd, want bij Pipo komt het allemaal we weer goed. Maar het is mij wel duidelijk geworden: wij hebben hier ook een grote verantwoordelijkheid in! We moeten meer lachen. Veel meer lachen om het onkruid tegen te gaan.  Het kleinste glimlachje verandert al in een prachtig klein bloempje. Daar ga je toch spontaan van lachen!

(Wedden dat je dit las met een glimlach op je gezicht? Katsjing, een madelief!)

donderdag 4 augustus 2011

Jorregelt!

Hé, hooi, hai, halleu! Daar ben ik weer. Ik ben weer terug in Holland. Dat wisten we meteen toen we na twee uur vliegen boven ons ouwe trouwe landje vlogen; bewolking. Grote, grijze, dikke, volle wolken. Toch blijkt wat ik altijd al dacht waar te zijn. Ik draag echt een zonnetje op mijn schouder. Sinds ik de Nederlandse grond weer onder mijn voeten heb, schijnt de zon en is het drieentwintig graden. Handig!
Het was wel even wennen hoor. Oekraïne en Nederland zijn twee verschillende werelden. Ik mocht ineens mijn wc-papier weer in het toilet gooien, en hoef nooit meer te schrikken van een plank met een gat erin als toilet. Ik kan weer uren douchen, ik hoef niet meer bij het wassen van mijn haar de douche uit te zetten en immense kou te lijden Ik hoef niet meer zuinig te zijn met water, er is toch genoeg. Ik kan weer water uit de kraan drinken. Ik kan weer frisdrank drinken, na drie weken alleen maar water is ijthee wel zo ongelofelijk lekker. Ik heb weer schone sokken en hoef niet drie keer met één handdoek te doen. Mijn matras ligt in plaats van op de grond weer in een spierwit bed. Ik hoef mij niet meer om het uur in te smeren met anti-muggenspul. Ik krijg weer eten dat niet bij voorbaat te vet en te zout is, en hoef me ook geen zorgen te maken of ik de resten van gisteren vandaag alweer in de soep kan terugvinden. Tja, het klinkt allemaal als een boze droom. Maar het was verre van een nachtmerrie. Het was wel zo ongelofelijk geweldig! De groep was zo fantastisch en het bouwen aan de kindergarten was super gaaf. Zie je mij al boven in de nok van een gebouw, zo'n drie meter van de vloer, op een paar dunne houten balken, al balancerend proberen om met een zware hamer zoveel mogelijk spijkers in diezelfde houten balken te slaan? Nee? Niet echt? Nou, ik ook niet! Maar wat het kromme is, dat heb ik dus echt wel gedaan! Jep, zeker weten. En wat dacht je van isoleren, metselen, stukadoren, pleisteren en boren? Jep, niets is te gek voor superbouwvrouw Wilmine. Zucht. Ik mis het nu al. Volgend jaar weer!

(In de komende berichten zal ik jullie nog veel meer en veel uitgebreider vertellen over mijn Oekraïnse bouw- en cultuuravontuur. Ik ga jullie ermee dood gooien! Yeeey!)

zondag 10 juli 2011

I'm takin' a break ya dudes

Gedurende de tien dagen dat deze maand oud is, heb ik nog niet één keer gepost. Het wil niet. Ik weet niks. Ik heb geen inspiratie. Nul komma nul creatieve ideeen. Ik snap er niks van, want het is vakantie, maar om de een of andere reden wil het niet. Ik heb al verschillende keren achter dit toetsenbord gezeten om gewoon eens te beginnen, maar er kwam nooit iets uit. Helaas.
En nu, nu ga ik op vakantie. Dinsdag heel vroeg in de morgen ga ik op vakantie. Op werkvakantie naar Oekraìne. En ik heb er ongelofelijk veel zin in! Bij deze kondig ik daarom ook even een break aan. Ik ben pas de dertigste van deze maand terug, dus op dit berichtje na, zal mijn inhoud voor Juli akelig leeg blijven. Maar, ik beloof dat ik jullie na die tijd uitgebreid zal inlichten over mijn belevenissen en ervaringen. Want ik hoop dat dat er heel veel zullen zijn. Misschien, als de goden mij gunstig getemd zijn, vind ik dan ook mijn inspiratie weer terug. Voor nu: fijne vakantie allemaal! Geniet ervan en doe vooral veel dingen die je raar vindt!

dinsdag 28 juni 2011

De regenmeter

Afgelopen zondag was het vaderdag. Vaderdag is bij ons nooit een succes. Er wordt altijd met gezucht gereageerd als het aan tafel tijdens de aardappelen wordt aangekondigt. Het is een barrière die je afhoudt van je dagelijkse bezigheden. En, hoe vaak het ook wordt verteld aan tafel, er is er altijd wel éen die het vergeet. En deze keer was ik dat. Mijn broer kwam mij wakker maken, wat ik al erg eigenaardig vond, maar het was niet vreemd genoeg om tot mij door te laten dringen dat ik aan de bak moest om het ontbijtje (lees: beschuit en thee) klaar te maken. Tien minuutjes later stond ik dan ook niets vermoedend in de badkamer mijn wimpers te verven.

Het cadeautje had ik gelukkig al aangeschaft. Maar dat is dan ook het makkelijkste deel. Ik hoef me namelijk nooit af te vragen wat ik en mijn broer hem moeten geven, want dat staat al vast. We geven hem geen scheerapparaat of aftershave of andere standaard scheer-gerelateerde dingen. Nee, we geven hem een regenmeter. Een regenmeter voor mijn, door het weer geobserdeerde, vader. Vorig jaar trouwens ook. En het jaar daarvoor ook. En ja, het jaar daarvoor gaven we hem ook een regenmeter. Mijn vader is namelijk een beetje (beetje?) lui. Hij vergeet (of wil vergeten) alle kleine, voor hem onbelangrijke dingen. Dat dit voor anderen wel eens een probleem kan zijn, bijvoorbeeld als je voorlicht al drie weken kapot is, komt nauwlijks in hem op. Ach hij doet het niet expres.

Nu vraag je je vast af: een regenmeter gaat toch wel langer dan een jaar mee? Ja, normaal gesproken wel ja. Veel langer. Mijn zuinige opa en oma hebben in hun leven maar één keer een regenmeter gekocht, het zou me zelfs niet verbazen als hij nog tweedehands was ook. Maar wij geven het hem ieder jaar. Dat is ook wel nodig als je een overdreven obsessie voor het weer hebt, maar nooit zelf de moeite neemt om de meter met de vorst binnen te halen. Het resultaat is ieder jaar hetzelfde: de vorst breekt de meter en wij hebben weer een cadeau voor vaderdag.

Toen mijn moeder even later de badkamer binnenkwam met de vraag waar we bleven, en dat we moesten opschieten want we hadden nog maar twintig minuten voor de kerk, drong het tot mij door. Ik had het cadeau nog niet eens ingepakt. Ik ging gauw naar beneden om toch nog even mijn broer met het 'ontbijtje' te helpen en uit noodzaak een strikje om de plastictas met regenmeter te doen, zodat het er nog enigszins aantrekkelijk uit zag. Achja, hij weet toch al wat hij krijgt. We liepen met het dienblad naar boven. Wat een domper, hij zal het wel niet leuk vinden. Maar toen we binnenkwamen was het eerste dat hij zei: o, gut, is het weer vaderdag?'

Pinguinleger

(Voor het schrijven van het woord 'pinguin', moest ik serieus even opzoeken hoe je het spelt ö)

De grote reis naar Oekraïne is al over twee weken. De reis waarvoor we een half jaar actie gevoerd hebben, maar waar ik in al die tijd niet echt mee bezig was. Ik had het te druk met andere dingen om er echt zin in te hebben. Nu heb ik vakantie, nu heb ik er echt zin in. Afgelopen weekend hadden we een préunie. Nee, ik had ook nog nooit van dat woord gehoord, maar het is eigenlijk heel logisch. Een réunie is na die tijd en een préunie is ervoor. Het was ontzettend leuk. Behalve dan dat deel waarin ik met fierljeppen in de sloot viel. (Fierljeppen? Ja, we zaten in Friesland. Rare jongens, die Friezen)
Maargoed, om al het geld bij elkaar te krijgen moesten we aardig wat actie voeren. Één van die acties was een dienstenveiling. Mensen boden hun diensten aan, van oppassen tot een ritje in de zijspan, en bezoekers konden daar op bieden. Mijn dienst was een originele kindertraktatie. En omdat het betreffende meisje in de vakantie jarig wordt, moest ik het nu pas maken. Op internet (wat is internet toch geweldig) vond ik dit geweldige idee. Pinguins! Haha! Zucht, ik wou dat ik zelf nog zo jong was dat ik ze kon trakteren.

vrijdag 24 juni 2011

Horlogedrama

Op dit moment lig ik op de bank in G's huis. Het is vrijdag, en vrijdagen zijn altijd goed vanwege het weekend, maar deze vrijdag is extra speciaal omdat ik nu officieel niet meer naar school hoef, op het boeken inleveren na. Hoera! Heerlijk. We eten vanavond andijvie om het te vieren.
Maargoed, jullie vragen je natuurlijk af waarom ik hier moederziel alleen een post aan het schrijven ben, en waarom ik niet romantisch op de bank zit met G'tje. Tja, dat zit zo. G heeft een horloge, en dat horloge is al een tijdje kapot. Nouja, niet kapot, de batterij is leeg. En toen ik hem er net op wees dat hij het nog steeds niet deed, vond hij dat hij het horloge meteen moest maken. Dat was natuurlijk niet de bedoeling geweest. Ik wilde niet dat hij hem meteen ging maken, het was meer een soort van terugpakken. G pest mij altijd dat bij mij dingen altijd eeuwig blijven liggen voordat ik het doe, en ha, ik wilde even laten zien dat ik niet de enige was met gebreken.
Nu is hij al meer dan een half uur bezig. Ik zei nog zo, dat hoeft niet nu. Maar dat moest wel, hij hoefde alleen maar even een batterijtje te pakken. Alleen maar even pakken, heel kort. Echt waar. Helaas waren toen de batterijtjes kwijt, en wilde de oude batterijtje er niet uit. Helaas wilde het achterkantje er niet meer op, en bleek, toen hij het er wel op had, dat de secondewijzer was afgebroken. Helaas. Zo werd even later de schroevendraaier er bij gehaald, en nog iets later een iets kleinere. 'Tjongejonge' en 'wat een flutding' zijn veel voorkomende kreten. En oja, de vele zuchten niet te vergeten.
Ach ja, zometeen komt hij erachter dat hij het niet zelf kan. Kan ik in de tussentijd tenminste even bloggen.

woensdag 22 juni 2011

Céleste Boursier Mougenot

Een tip van mijn tante:
Céleste Boursier Mougenot maakt prachtige klankinstalaties. Door middel van toeval en geluid maakt ze prachtige kunstwerken.



Vooral die bassins gevuld met schalen vind ik wonderlijk bedacht! Is dit niet ongelofelijk gaaf?

Pyamadag

Vanochtend, toen ik opstond, vertelde de wekker mij dat het drie minuten over half elf was. Drie uur en zevenentwintig minuten te vroeg. Ik had gister besloten dat ik pas wakker wilde worden om twee uur in de middag. Niet eerder dan twee uur. Ik had heel wat slaap in te halen, en niets hield me tegen want ik hoef niet meer naar school. Althans, voorlopig niet.

Helaas hebben we daar zelf niets over te zeggen. Hadden we daar zelf iets over te zeggen, dan hadden we nooit slaaptekort. Dan stelde je jezelf in op minstens tien uur slaap, exclusief bezoekjes aan het toilet en nachtmerries uitgesloten. Wanneer we denken iets hard nodig te hebben, werkt je eigen lichaam vaak niet mee. Ik kom het vaak genoeg tegen. Ga je vroeg naar bed omdat je morgen een lange dag hebt, lig je wakker tot drie uur 's nachts. Wat dat betreft niet ideaal, al zit er vast een reden achter.

Nu moest ik die drie uur en zevenentwintig minuten die ik niet had meegerekend in mijn planning, zien te overbruggen. Zoals ik al zei, had ik geen planning en besloot ik toch mijn lichaam maar te volgen. Ze liet met luid gerommel merken dat ze gevuld moest worden.

Bovenaan de trap hoorde ik stemmen. Meer stemmen dan ik gewend was op een gewone woensdagmorgen. Terughoudend liep ik, nog steeds in mijn pyama, zachtjes naar beneden. Ik wilde graag de vervelende situatie voorkomen van bezoek aan de ene kant en ik in mijn pyama daar tegenover. Maar de terughoudendheid was onterecht. De zithoek zat vol met enkel gezinsleden. Ze waren allemaal thuis.

Toen ik even later op de bank zat, met in mijn handen de met jam besmeerde toasts waarnaar mijn maag zo verlangde, vond ik dat het tijd werd voor een plan. Tijd die ik nu liet verstrijken, had geen doel. En dat is, heb ik geleerd, tijdverspilling.

Van mijn gezinsleden hoefde ik gelukkig niets anders dan 'goeiemorgen schone slaapster' aan te horen. Ik hoefde mij niet te mengen in het gesprek dat, aan de snelheid te horen, alleen bestemd was voor wakkere mensen. Dat deed ik dan ook niet.

Bij het naar binnen schuiven van de laatste hap, was er nog steeds geen plan. De ineengekrompen drukte van de afgelopen tijd blokkeerde mijn mogelijkheid om vooruit te kijken. De drukte was voorbij, en ik realiseerde me dat ik ook werkelijk niets meer hoefde. Voorlopig waren er geen toetsen meer, die zoals het woord al zegt, mij zouden toetsen op mijn kunnen. En over mij kwam een gevoel van rust. Vanaf nu kon ik echt uitrusten.

Mijn plan voor vandaag zou dus bestaan uit niets doen. Niets anders dan niets doen. Niets doen en uitrusten. En ik besloot de hele dag in mijn pyama te lopen.

vrijdag 17 juni 2011

Gesprek met mijn geweten

Hallo?
Hallo?
...
Ja, hoi!
...
ja, ik ben er nog.
...
Nee, ik ben zeker niet gestopt met bloggen.
...
Nee, nee echt niet.
...
Wat zeg je?
...
Het wordt tijd?
...
Duurt lang?
...
Zucht, ja, sorry, ik weet het...
...
Zei je nou verwaarlozing?
...
Mezelf voorliegen?
...
Mijn beloftes niet nakomen?
...
Nou dat valt toch w...
...
Ja, ja, okee
...
Ja, je hebt gelijk, maar ik heb toetsweek, ik moet nog even hard werken en dan eindelijk vakantie.
...
Geen excuus? Maar...
...
Maar...
...
Ja, okee...
...
Nee, echt, ik beloof het.
...
Ja!
...
Jahaa!
...
Jaaa!
...
Zucht...Ik hoor je wel...
...
Ik zal gauw weer bloggen.
...
Ja... nee, ja!
...
Tot gauw!

woensdag 8 juni 2011

Wilmine wordt volwassen

Nee, dit is geen grapje. Ik ben bloedserieus. Ik begin eindelijk een beetje verantwoordelijk te worden. Pfoeh, het werd ook wel tijd.
Nu moet je niet denken dat ik een of ander visioen heb gekregen, of dat ik ineens het licht heb gezien, of dat ik nu alleen maar serieus ben, nee, het is iets anders.
Ik heb namelijk een baan! Een baan! Echt waar. Mijn allereerste baantje. Vanmiddag werd ik gebeld door de winkel waar ik heb gesolliciteerd, ze zien me wel zitten.
Goh, vreemd eigenlijk dit. Waarschijnlijk heb ik vanaf nu nooit meer geld tekort. Want dat had ik altijd, geloof me, altijd. Nu niet meer. Ik kan er eigenlijk niet helemaal bij.
Nu dat ik te oud ben voor toneel, kan ik gaan werken. Wel jammer van toneel, erg jammer, wel leuk van dat geld, heel leuk.
Achja, het zal wel los lopen. Zo eng is volwassen worden nou ook weer niet. Ik zal altijd jong van geest zijn en, misschien wel het belangrijkste, ik blijf altijd prettig gestoord. Ja, dat zeker. Niemand houdt van saaie volwassenen, althans ik niet. Dus lieve lezertjes, doe maar gek, je doet nooit gek genoeg!

Over de overburen van de overkant

De zon heeft al aardig zijn best gedaan. Hij heeft ons verblijd met een aantal zonnig warme dagen. De mensen met aanleg beginnen al bruin te worden, en de mensen zonder aanleg rood. Iedereen geniet en duimt dat er nog meer zomer voor ons in petto is, want dat is in Nederland altijd maar de vraag.
Er zijn een aantal dingen die steevast bij het begrip 'zomer' horen. Één daarvan is barbequen. Voor veel mensen een vorm van ontspanning, gezelligheid, en buiten zitten tot je er bij neervalt. Ik persoonlijk heb het niet zo op barbequen. Ik kan er niet bij dat er mensen zijn die houden van coctailsausjes en aangebrand vlees. Want hoe je het ook wend of keert (wat een woordgrap), met barbequen is het vlees altijd aangebrand. Altijd. Nee, geef mij maar gourmetten, dat ligt me beter.
Er zijn ook een aantal mensen die er een beetje in overdrijven. Ik heb ellenlange verhalen van vriendin J. aan moeten horen over hoe goed haar overburen daar in zijn, in dat overdrijven. Bij het minste geringste zonnestraaltje zitten ze al buiten. Het is zelfs erger, volgens haar, bij het minste geringste zonnestraaltje zijn ze al aan het barbequen. De prille april-zon hoeft maar even zijn gezicht te laten zien en, hup, ze zitten weer te barbequen. En aangezien de wind altijd precies naar het noorden staat kan mijn vriendin daar binnen en buitens huis altijd erg van meegenieten. Zo hebben ze, volgens de uiterst  betrouwbare waarnemingen van mijn vriendin, de afgelopen week zo'n zesentwintig keer gebarbequed. Zesentwintig keer! Tja, het is maar wat je lekker vindt. Dat is ook precies de reden waarom ze niet van barbequen houdt, zegt ze, en ik begrijp dat dan helemaal.
Al vraag ik me dan wel iets af. Vorige maand vertelde ze even tussen neus en lippen door dat ze een nieuwe barbeque hadden gekocht. En dat terwijl ze niet van barbequen houden omdat de buren dat al zesentwintig keer per week doen. Misschien willen ze concureren. Ja dat is het. 'Kijk ons nou, wij hebber der ook een, zo'n hippe barbeque.'


Ongelofelijk, dit gaat echt, echt helemaal nergens over. Ik sta versteld van mezelf.
Gelukkig is het bijna, bijna, bijna vakantie. Misschien dat er dan wel weer iets zinnigs uit me komt.

maandag 6 juni 2011

Mister Jailer

Laatst, toen ik zappend voor de tv hing, kwam het programma Opium voorbij. Een programma van minder dan tien minuten, waarin bekende nederlanders vertellen over de nieuwste muziek, musicals, theatervoorstellingen en andere kunstvormen. Één van hen vertelde over Asa. Een Ganese zangeres die zingt over de misstanden in haar land. Ik zocht het meteen op en vond het echt heel mooi. Vooral het nummer: Jailer. Het is simpel, maar toch afwisselend en het gaat tenminste ergens over. Geniet ervan!

Grote grutten wat een grote grot is dat

Ik weet niet hoe ik erbij kom, ik heb echt geen idee. Ik weet niet waarom, ik heb absoluut geen idee waarom, maar ik heb al zo'n beetje de hele week dit akelige liedje in mijn hoofd. Het blijft maar rondcirkelen! Ik word er niet goed van. Vreselijk irritant!
Lalala.. grote grotten wat een grote... aaargh! Ga ik weer! Stop, stop, hou op!

woensdag 1 juni 2011

Toekomst enzo

Daar zit ik dan. In mijn bikini, op het dakterras, in de zon, met de laptop op mijn schoot. Toe aan vakantie en een overdosis slaap, niet wetend waar deze post op uit zal lopen.
Hemelvaart. Zucht. Even pauze. Even leuke dingen doen en bijslapen voordat we keihard aan de gang gaan voor de laatste toetsweek. De allerlaatste toetsweek. Volgend jaar examen. Na zes jaar eindelijk examen. Ik weet het, je hoort het niet vaak, maar ik heb er zin in. Kom maar op. Ik ben er klaar voor. Ik ben toe aan iets nieuws.
En dan...Een vervolgstudie. Daar kun je op onze school niet vroeg genoeg mee beginnen. Je toekomstdossier ligt bij wijze van spreken al klaar wanneer je als bakvisje net van de basisschool komt. We worden door een enthousiaste decaan  al gedwongen je zo vroeg mogelijk te verdiepen in jouw mogelijkheden.
Ik wist het altijd al. Ik ging naar het conservatorium en werd docent muziek. Dat stond vast. Helaas (helaas?) ontdekte ik pas de studie journalistiek. Ik had er wel van gehoord natuurlijk, maar ik had nooit gedacht dat het op mij aan zou sluiten. En dat doet het dus wel. Heel erg goed zelfs. Gister was ik naar een open dag met wat meiden, en ik vond de studie geweldig. Schrijven, vormgeven en een scala aan interessante vakken. (Kleine impressie open dag: trein, shoppen, lachen, zingen, in een fotohokje met z'n allen, rennen door een uitgestorven Hoge Catherijne)
Nu weet ik het niet meer, nu ben ik in de war. Ik kan niet kiezen. Ik vind het allebei zo ontzettend leuk! Dan is het opeens niet meer zo erg dat je nog een jaar moet. Een jaar om te beslissen.
Zucht, gaat er toch nog heel wat in mijn kleine hoofd om, zo in mijn bikini op het dakterras.

maandag 30 mei 2011

Voedsel

Vanochtend at ik beschuit met muisjes, roze wel te verstaan. De leraar Frans was opa geworden.
Vanmiddag at ik droge cake, op de begrafenis van G's oma. Hij was niet lekker.
Vanavond at ik kip.
Met sla en krieltjes.

zondag 29 mei 2011

Voetgangers in steden lopen steeds sneller

Uitgegeven:2 mei 2007 13:33
Laatst gewijzigd:2 mei 2007 15:25
http://www.nu.nl/

LONDEN - Voetgangers over de hele wereld hebben de laatste tien jaar hun tempo gemiddeld met 10 procent opgeschroefd. Dit blijkt uit een studie naar voetgangers in grote steden door psychologen aan de Universiteit van Hertfordshire in Groot-Brittannië.

Volgens de onderzoekers is de toegenomen haast van mensen een gevolg van e-mail, sms en de steeds grotere druk om 24 uur per dag beschikbaar te zijn.
Wow Ö! Dit kwam ik vandaag tegen. Ik was er best van onder de indruk.
Moet ik dit nou positief of negatief zien?

donderdag 26 mei 2011

Kabelbeestjes

Vandaag kreeg ik een blogverzoek. Mijn vader en broer zaten zich na het eten op te vreten over het feit dat oortelefoon-kabeltjes altijd, maar dan ook altijd, in de war raken en er zonder vrouwelijke hulp ook niet meer uit de war komen. Ik moest er maar een blog aan wijden.
Prima, want ze zijn aan het juiste adres. Ik ben heel verstandig en weet overal wel wat van af. Maar dit onderwerp, dit onderwerp is mij al helemaal bekend. Ik heb namelijk een tweede graads diploma kabel-knup-theorie. Jazeker, dat is een universitaire studie. Jazeker, daar heb ik mij in gespecialiseerd.
Toevallig zit het allemaal net even iets anders dan de meeste technici denken. Er zit een gecompliceerde theorie achter en niet iedereen is ervoor weggelegd dat te begrijpen. Ik wel. Ik heb een tweede graads diploma kabel-knup-theorie.
En zoals ik al zei, zit het allemaal net even iets anders dan de meeste technici denken. Het komt niet door de dunne, kwetsbare kabeltjes. Het komt niet door het niet netjes opbergen. Het komt al helemaal niet door staticiteit, magnetische straling en al dat soort onzin. Nee, de kabeltjes bestaan uit twee dingen. Één: het plastic omhulsel en twee: miljarden kabelbeestjes. Kabelbeestjes? Ja, kabelbeestjes. Dat zijn hele kleine beestjes die bestaan uit flupsjes en uit kloddertjes. Ze hebben bovenop hun kopje twee schattige oortjes.
Maar het probleem onstaat als volgt. De kabelbeestjes waren voordat er kabeltjes van gemaakt werden, altijd met z'n tweeen, één links en een rechts. Het rechtse kabelbeestje en het linkse kabelbeestje houden heel veel van elkaar en geven elkaar het liefst de hele dag door een dikke knuffel. Helaas werden de kabelbeestjes verwerkt tot kabeltjes. De linkse kabelbeestjes in het linker oortelefoon-kabeltje, en het rechtse kabelbeestje in het rechter oortelefoon-kabeltje. Als de oortelefoontjes worden gebruikt, zijn de beestjes gescheiden en missen ze elkaar. Zodra ze de kans krijgen kruipen ze naar elkaar toe en geven ze elkaar een dikke knuffel. Als miljarden kabelbeestjes dat tegelijk doen, kan het zijn dat de kabels een beetje in de war komen.
Het is heel simpel. Niet alles is heel ingewikkeld. Maar, je kunt er rustig op vertrouwen dat het waar is wat ik zeg. Ik heb namelijk een tweede graads diploma kabel-knup-theorie. Zo zit het en niet anders.

woensdag 25 mei 2011

Foutmelding

Het ene moment was Wilmine nog vrolijk om half  zeven 's ochtends haar project op de laptop aan het afmaken en het volgende moment zat ze geschokt, beledigd en bang achter diezelfde computer. Zoiets had ik nog nooit mee gemaakt. De rest van de dag had ik buikpijn.

Om 6 uur was ik opgestaan, ik moest mijn project nog afmaken. Het moest twee uur later ingeleverd worden. De avond ervoor kon ik simpelweg mijn ogen niet meer open houden. Ik maak wel vaker gebruik van de vroeg-opstaan-techniek. Meer uit noodzaak dan vrijwillig. Maar alles liep op rolletjes en ik kon het ieder moment gaan uitprinten. Alleen nog even een plaatje.

Google, typ typ typ, tweede wereld oorlog, typ typ typ, holocaust, typ typ typ. Je weet hoe makkelijk dat gaat. En enkele seconden later vond ik de geschikte foto. Een mooie foto. Dus ik klik op de rechter muisknop. Kopiëren, plakken.

BAM! Virus.
Spyware wordt geinstalleerd. Foutmelding. De virusscanner heeft verdacht materiaal gevonden. Status: gevaarlijk. Foutmelding. U dient de hardware te verwijderen. Remove all. Mission unaccomplished. De scanner heeft gevaarlijke software gevonden. Foutmelding. Remove all. Gevaarlijk. Remain unprotected? Spyware breaks into your social network. Gevaarlijk.

En ik, als computerdummie, werd helemaal gek. Als een idioot begon ik op 'remove all' te rammen. Maar niets hielp. Mijn ogen werden steeds groter en wijder en mijn mondhoeken begonnen naar beneden te hellen. En rammen en rammen, maar de foutmeldingen bleven zich opstapelen.

Wat heb ik nu weer gedaan? En het is niet eens mijn laptop! Shit! Shit! En uiteindelijk dan maar: PAAAAAAP!'

Mijn vader heeft hem maar meegenomen naar de docter. Daar krijgt hij medicijnen en wordt zijn bloeddruk naar beneden geholpen. Voorloping geen zout en drop meer voor die arme laptop.

Zucht. En het enige wat ik deed is een plaatje aanklikken. Zucht. Ja, pap, ik weet hoe voorzichtig ik moet zijn op het internet. Zucht. Ik heb de schok nog steeds niet verwerkt.

maandag 23 mei 2011

Een etentje bij de Italiaan

Toen ik net de bestanden van mijn computer doorkeek, vond ik dit. Een filmpje voor de verjaardag van een vriendin. Zucht, ja. De goeie ouwe tijd. Ik geloof dat we dit twee jaar geleden gemaakt hebben. Toen haalden we nog alles uit de kast wanneer iemand jarig was. Echt alles. Ik kan het me het nog wel herinneren. De ene keer een lachwekkend gedicht, de andere keer een zelfgemaakte en live uitgevoerde rap en daarna had vriendin J. het geluk dat de enige echte toppers speciaal voor haar een optreden kwamen weggeven.
Tja, toen hadden we nog tijd. Toen hadden we nog de tijd om van iemands verjaardag echt een feestje te maken. Nu zitten we allemaal helemaal vol. We hebben het veel te druk. Toch jammer...



(Als je je afvraagt wat die pizza en die ober met het nummer te maken hebben, dan heb ik de verklaring. Haar cadeau was een etentje bij de Italiaan!)



woensdag 18 mei 2011

U got mail

Wilmine is op dit moment even niet aanspreekbaar.
Probeer het later opnieuw of spreek een bericht in na de piep.
pieeeeeeeeeeeep.

maandag 16 mei 2011

Een witte broek? Dat kan toch overal bij!

Deze week houd ik me, naast het dagelijkse huiswerk dat op dit moment veel overhoringen, werkstukken en andere dingen die veel tijd innemen inhoudt, bezig met precies twee dingen.
Het eerste is: ik probeer mijzelf in twee maanden tijd gitaar te leren spelen. In twee maanden? Ja, ik verklaar mezelf ook voor gek. Het is trouwens wel goed voor me dat er een tijdsdruk achter zit. Ooit was ik er aan begonnen, maar dan knapt één van de vijf snaren en blijft de gitaar in één van de vier hoeken van je kamer staan. Nu zit er tenminste druk achter en dat betekent, in mijn geval, dat ik het dan vaak wel doe.
Nu vragen jullie je natuurlijk af waarom ik wanhopig in twee maanden tijd gitaar probeer te leren spelen. Nou, dat zit als volgt. Ik schaam me trouwens dat ik jullie dit nooit eerder heb verteld, maar op de een of andere manier vond ik dat erg lastig. Ik ga namelijk van de zomer met een groep van 22 jongeren naar Oekraïne. Daar gaan we in drie weken tijd een school afbouwen en kinderprogramma's verzorgen. Heel erg leuk, maar ook heel spannend omdat ik de benjamin van het hele stel ben. Vorig weekend hebben we de groep ontmoet en heel veel informatie gekregen. Uit het voorstel-rondje bleek dat niemand gitaar speelde. En wat is nou een kampvuur zonder gitaar? Wat is nou zingen zonder begeleiding? Dat is als een kop zonder schotel, een fles zonder dop, een bloem zonder kleur en een taart zonder slagroom. Dus bood ik me maar aan om het te gaan leren. Ik was er toch ooit al eens aan begonnen.
Het tweede waar ik mij ook al de hele week mee bezig hou is de vraag: 'Wat kan ik in hemelsnaam combineren met mijn nieuwe witte broek?' Ik weet het, het is niet heel diep, maar het blijft me maar achtervolgen. Hebben jullie dat ook wel eens? Ik heb een nieuwe, witte broek gekocht (nee, ik had inderdaad nog geen witte broek) en ik weet 'for flips sake' niet wat ik er boven aan moet trekken. Zo irritant. Vooral als je advies vraagt aan een aantal mensen en je vervolgens bij iedereen hetzelfde antwoord krijgt: 'Een witte broek? Dat kan toch overal bij!' Aargh! Zucht, maar bij wat dan? Iemand ideeën? Dan kan ik dat hoofdstuk tenminste afsluiten en me eindelijk weer bezig houden met nuttige dingen.
Voor de rest is het erg leeg in mijn hoofd, heb ik een slaaptekort en een erg hoog vervelings-gehalte. En dat terwijl ik zat belangrijke dingen heb om te doen. Vandaar dat ik de komende tijd ook niet zoveel zal bloggen.
Ik tel maar af naar de vakantie. Dan bloei ik vast weer op.

donderdag 12 mei 2011

Een sprookje naar mijn eigen hand

Vandaag waren we met school naar De Efteling. Als culturele activiteit voor CKV. Gelukkig maar dat men dit als culturele activiteit beschouwd, anders zaten we de hele dag in een museum. Het was een gezellige dag. De sfeer in zo'n park is altijd betoverend. Natuurlijk moesten er wel wat opdrachten over gemaakt worden. Één daarvan was: schrijf je eigen sprookje. Omdat ik altijd wel in ben voor schrijven, ben ik maar meteen aan de slag gegaan.
(Ps. Iemand die het sprookje herkend in een totaal ander verhaal?)

Er was eens een oude man. De man had een lang leven geleid maar was nooit gelukkig geweest. Hij had geen vrouw en kinderen of iets anders dat hem gelukkig maakte. Nu hij niet lang meer te leven had, zei hij tegen zichzelf: 'kom, ik ga opzoek naar geluk.' De oude man hoefde niet lang te zoeken. Toen hij 's nachts in een diepe slaap was, kreeg hij in een droom bezoek van een goede fee. 'Ik kan je gelukkig maken', zei de goede fee. 'Morgen zal ik je dorpje bezoeken. Ik zal je helpen, mits je me zult herkennen voor klokslag 12 vannacht.'
De volgende morgen stond de oude man opgewekt op. Hij begon de dag aan tafel en bedacht zich hoe je een goede fee zou kunnen herkennen. 'Een toverstaf! Een toverstaf, dat zeker. Een licht blauwe jurk en vleugeltjes!'
De man ging enthousiast de deur uit en keek overal in het dorpje of hij de goede fee zag. Maar hij zag haar niet. Aan het eind van de straat zat een bedelaar. 'Heeft u misschien iets over voor een arme man? Dan kan ik vanavond brood kopen!' Maar de oude man deed net of hij hem niet zag.
Een klein meisje kwam naar hem toe. 'Meneer, zei ze, kunt u misschien even mijn veters strikken? Ze zijn los gegaan en straks val ik er nog over!' Maar de oude man liep stug door. Hij had geen tijd. Hij moest de goede fee vinden.
Even later kwam er een jongeman op hem afgestapt. 'Pardon' zei de jongeman, 'ik ben verdwaald.' 'Kunt u mij de weg wijzen?' Ik ben zelf ook hard opzoek', zei de meneer nors, en hij liep verder.
Het was ondertussen al avond gevonden. De oude man zat thuis. Nergens kon hij de fee vinden. Hij had haar niet herkend. Hij had nog maar 6 uur voor middernacht. 'Kom, dacht de man, ik ga nog één keer het dorpje rond. En in het duistere van de nacht zocht de man naar de fee voor zijn geluk.
De smid kwam naar buiten rennen. 'O, goed dat ik u zie! Ik heb zoveel opdrachten gekregen vandaag, dat ik in mijn eentje nog uren bezig ben. Mijn vrouw ligt ook ziek op bed, ze heeft verzorging nodig! Zou u me alstublieft een handje willen helpen? Vier handen werken sneller dan twee.' Maar de oude man was moe en had andere dingen aan zijn hoofd. Hij wentelde de vraag af en ging teleurgesteld naar huis, naar bed.
Eenmaal in slaap kwam de fee opnieuw. 'Je hebt me niet herkend', zei de fee. 'Toen ik je als bedelaar om een kleinigheid vroeg ben je me voorbij gelopen. Toen ik als klein meisje naar je toe kwam, heb je me niet geholpen. Toen ik als jongeman je de weg vroeg, had je het te druk met je eigen geluk, en toen ik je als smid vroeg om te helpen, was je te moe en te teleurgesteld. Door je eigen geluk boven dat van anderen te stellen heb je het jouwe verspeeld. Ik zal je niet gelukkig maken.'
De oude man stond de volgende morgen op en dacht na over de woorden van de fee. Hij had zijn lesje geleerd, voortaan was hij behulpzaam en hartelijk voor de mensen. Het kleurde zijn leven, en hij leefde nog lang en gelukkig.

woensdag 11 mei 2011

Istanbul

Vorig jaar in de meivakantie was ik in Istanbul. Ik denk er nog vaak aan terug. Het was echt prachtig en het heeft een enorme indruk op me gemaakt. Het was voor het eerst dat ik in een totaal andere cultuur terecht kwam. Al is Istanbul voor oosterse begrippen al aardig verwesterd. Men kan zeggen over Turkse mensen wat men wil, maar ik heb nog nergens in de wereld zulke aardige en gastvrije mensen ontmoet. De muziek, de kleuren, de geuren, de moskeeën (wauw, wat zijn die mooi aan de binnenkant), de gebouwen, de mensen, alles was indrukwekkend.








( Foto's zijn gemaakt door mijn lieve moeder)

Ons huis is leeg

Ons huis is leeg. Helemaal leeg.
Geen bank, geen tafel, geen tv.
Niks.
Één voor één zag ik alles verdwijnen.
Langzaam breiden de muren zich uit, werden ze kaal en wit.
Werd de vloer lang en eindeloos.
Geen kunst meer te bekennen.
Geen schilderijen, geen muziek.
Geen herinneringen meer te bekennen, geen foto's meer aan de muur of op de kast.
Want de kast is weg.
Geen licht meer te bekennen, geen lampen, geen kaarsen.
Overdag wel, dan wel.
Dan heeft de zon alle vrijheid om met de leegte in de kamer te spelen.
De ramen zijn akelig kaal.

Het is leeg, heel leeg.
Eerst vond ik het leuk.
Toen bleef als laatste mijn piano over.
Simpelweg omdat hij te zwaar was.
Toen deed ik de klep open en schoof ik hem van de muur.
En begon ik te zingen.
Wat een heerlijk geluid, de echo bevestigde dat.
Maar nu is ook de piano weg.



Mijn ouders geven de kamer de zeldzame opknapbeurt, haha! Alles wordt gesaust en geverft. En de vloer word gelakt. Het hele huis staat vol gestouwd met spullen. Het eind van de schuur is niet meer te zien.
Rustig maar, ik ga echt niet verhuizen.