woensdag 28 maart 2012

Silhouet

Silhouet
Als jij nou eens daar ging staan,
En zus deed
en zo.
En je arm,
nee niet zo,
daar ja.
Dan keek ik toe,
vanaf hier,
om te zuchten,
Zo mooi





Wilmine

dinsdag 27 maart 2012

Ik kan nog steeds niet vliegen

´Hoe gaat het met je?´

´Mjoah, soms wel, soms niet... Ik kan nog steeds niet vliegen.´

´Oh met mij ook w... huh, wacht, wat zei je?´

´Dat ik nog steeds niet kan vliegen.´

´Oh..´

´Ja, en mijn vliegfiets heb ik uitgeleend.´

´Vliegfiets? Uhm, oh, ja dat is lastig,´

´Ja, dat klopt, dat klopt inderdaad.´

(En toen liep hij fluitend weg)

maandag 26 maart 2012

Ik hoor er eigenlijk bang voor te zijn

Ze hebben het vaak geprobeerd. Dan kwamen ze op me af lopen met hun handen gesloten in een bol. Of lieten ze me komen naar een uithoek van het huis. Dan vroegen ze me of ik dit even wilde aanschouwen. Om vervolgens met een ruk hun handen te openen, of te wijzen op dat wat er in de hoek zat.
Altijd hield ik mijn hart vast, in afwachting van het opdoemen van iets waar ik vreselijk van zou schrikken.
Maar altijd was het niet meer dan een spin. Dan trok ik mijn wenkbrauwen op, bracht mij hart tot het normale ritme, slaakte een diepe zucht, en zei: sorry, maar ik ben niet bang voor spinnen. Geen gil, geen hysterisch geschreeuw. Ik rende niet weg, ik kantelde alleen mijn hoofd.
Dan liepen de jongens teleurgesteld weg. Al was die teleurstelling niet voor lang, er werd meteen jacht gemaakt op een volgend slachtoffer.
Tja, ik schijn nu eenmaal een meisje te zijn dat bang hoort te zijn voor spinnen. Alle meisjes zijn bang voor spinnen. Ik ben een typisch meisje dus ik hoor bang te zijn voor spinnen. Dat denken ze. Ik ben het alleen niet, nooit geweest. Ik voldoe niet aan die verwachting.
Niet dat ik dat erg vind, nee hoor. Maar altijd als iemand me laat geloven dat ik iets gruwelijks ga zien, iets verschikkelijk, iets afschrikwekkends, valt het mee, haal ik mijn schouders op en zeg dat ik er niet bang voor ben.

Ik hoop dat ik ook zo ga reageren als ik daadwerkelijk iets meemaak wat ik niet hoor te kunnen verdragen.

vrijdag 23 maart 2012

Groeilicht (2)

En dan opeens is het genoeg. Dan wensen we niets meer. We sluiten onze ogen, heffen ons gezicht op en wenden het, zoals een plant zijn bloemen bijstuurt, richting de zon. Dan kunnen we uren zitten, niets doen. Simpelweg genieten van de zonnestralen, die na een lange winter ineens veel meer leven geven. Diep intens zuchten, zitten, het licht door onze porien naar binnen zuigen. Bergen lijken heuvels, dalen lijken kommen. En alles waar je druk mee bezig was, houdt zich stil. Zonlicht stelt uit.

Stel je eens voor. Midden in de kamer.Winter. Iemand heft zijn hoofd op naar het licht, sluit zijn ogen en doet verder niets. Wat doe je, is algauw de reactie en merkwaardige blikken worden je kant op gestuurd. Niemand zit normaalgesproken met zijn ogen dicht en zijn hoofd opgeheven, we hebben wel wat beters te doen. Maar wanneer de lente in aantocht is, wanneer de zon zijn gezicht weer laat zien, dan doen we het ineens allemaal.

Dan is het genoeg. We wensen niets meer.

zondag 11 maart 2012

Groeilicht

En de zon scheen. En de vogeltjes floten. En de krokusjes waren vanochtend heel brutaal. Veel brutaler dan gisteren. En met de minuut werden mijn sproeten helderder, en met de minuut, mijn gedachten. En de in elkaar gedoken mensen van drie weken terug waren verdwenen. Nu liepen ze fier, rechtop en vrij, want de warmte had het kille verdrongen en gaf de mensen weer ruimte. Nee, het was nog geen lente. En ja, het waren fracties van seconden, wolken lieten alles bij het oude. Maar het licht dat zo nu en dan tussen de wolken scheen was anders, nieuw, lichter: het was groeilicht. Het licht had een ommekeer gemaakt. Ik merkte het al sinds eergisteren. De dingen zagen anders aan, ze waren klaarder, doorzichtig.

Net als jij. Jij verraste me steeds. Met de minuut leek je nieuw, een ander persoon, maar toch, dezelfde. Over je lippen kwamen woorden die ik niet kende, niet van jou, niet van mij. Uit je handen kwamen dingen die ik niet eerder gezien had. Ik was blijverrast, maar ook verbaasd. Want ik vertrouwde, ik deed niets anders. En steeds, steeds als ik je opnieuw leerde kennen, maakte mijn hart een sprongetje. Want dat doet het met je. Het maakt dingen nieuw. Het is het groeilicht.