dinsdag 9 augustus 2011

Een dikke 'min tien graden' slaapzak

Gister deed ik niets. Helemaal niets. Ik voelde me eigenlijk een invalide die van top tot teen, behalve kaken, verlamd was. Maar dan op de positieve manier (kan dat?). Ik zal het plaatje voor jullie scheppen.
Ik lag diep weggezakt tussen de kussens van de net iets te grof uitgevallen, grijze Ikea-bank, met mijn benen ontspannen op het net zo groffe voetenbank, dat fungeerde als longseat, omdat een echte, officiële longseat niet in de achterkamer paste, want de immense Tv en de daarbij behorenden TV-kast namen net iets teveel ruimte in.
Mijn ogen waren uitdrukkingsloos en net ver genoeg open om te kunnen zien wat zich op dat grote scherm afspeelde. Wat zich er afspeelde boeide me eigenlijk niet. Het was alleen maar om te voorkomen dat ik over dingen na ging denken. Want tvkijken en over dingen nadenken gaan niet samen, dus stond niet de tv, maar ik op stand-by. De afstandsbediening lag op een gepaste dertig centimeter bij me vandaan, met mijn hand er levensloos naast.
Aan mijn voeten bevonden zich sokken die net niet genoeg warmte boden, maar daar schonk ik geen aandacht aan. Ik droeg een zwarte, uitgelobberde joggingsbroek met een patroon van tandpastavlekken. De binnenkant van de zakken hingen als zielige hoopjes aan de buitenkant van mijn broek. Daarboven droeg ik een drie jaar oud vest. Vies groen. Ik kan me nog niet voorstellen dat ik dat ooit gekocht heb, maar dat doet er niet toe. Het was verbleekt door het vele wassen, want hij hing vaak over de stoel in mijn kamer die als kledingstortplaats diende en als ik dan wilde opruimen wist ik er niets anders mee te doen dan het maar weer, voor de zoveelste keer, in de was gooien. Er was geen plaats voor in mijn kast.
Over mij heen lag een dikke 'min tien graden' slaapzak. Hij lag trouwens ook onder me. Ik lag erin.
Naast de bank, op het kleine tafeltje, stond een soepkom gevuld met thee. Hij was nog vol en de thee was helaas al koud. De soepkom stond net te verweg. Ik kon er niet bij.
Aan de andere kant van mij, op de bank, lag een slagveld van paaseipapiertjes. In de vooraadla vond ik nog een verdwaald zakje met precies zeven diep pure paaseitjes in zich. Fabuleus, want chocola kan op zo'n moment onmogelijk ontbreken. Één papiertje precies, had ik geprobeerd glad uit te strijken, zonder scheuren. Zoals iedereen dat altijd probeert met paaseipapiertjes. Natuurlijk faalde ik hopeloos en de rest van de papiertjes lagen dan ook verspreid in propjes links van mij op de bank.
Toen mijn vader binnenkwam, dacht hij dat ik ziek was. Maar ik was helemaal niet ziek. Totaal niet. Juist niet. Ik voelde me kiplekker. Maar ik nam niet de moeite hem dat uit te leggen en zei hem dat hij gewoon jaloers was, zoals zoveel mensen doen als ze geen zin hebben om antwoord te geven.
En zo bracht ik de hele ochtend impuls-resistent door. Om half twee had ik er genoeg van. Ik stond op en ging wat doen.

( Wauw, weer zo'n voorbeeld van een verhaal dat nergens over gaat.)

2 opmerkingen: