Ze hebben het vaak geprobeerd. Dan kwamen ze op me af lopen met hun handen gesloten in een bol. Of lieten ze me komen naar een uithoek van het huis. Dan vroegen ze me of ik dit even wilde aanschouwen. Om vervolgens met een ruk hun handen te openen, of te wijzen op dat wat er in de hoek zat.
Altijd hield ik mijn hart vast, in afwachting van het opdoemen van iets waar ik vreselijk van zou schrikken.
Maar altijd was het niet meer dan een spin. Dan trok ik mijn wenkbrauwen op, bracht mij hart tot het normale ritme, slaakte een diepe zucht, en zei: sorry, maar ik ben niet bang voor spinnen. Geen gil, geen hysterisch geschreeuw. Ik rende niet weg, ik kantelde alleen mijn hoofd.
Dan liepen de jongens teleurgesteld weg. Al was die teleurstelling niet voor lang, er werd meteen jacht gemaakt op een volgend slachtoffer.
Tja, ik schijn nu eenmaal een meisje te zijn dat bang hoort te zijn voor spinnen. Alle meisjes zijn bang voor spinnen. Ik ben een typisch meisje dus ik hoor bang te zijn voor spinnen. Dat denken ze. Ik ben het alleen niet, nooit geweest. Ik voldoe niet aan die verwachting.
Niet dat ik dat erg vind, nee hoor. Maar altijd als iemand me laat geloven dat ik iets gruwelijks ga zien, iets verschikkelijk, iets afschrikwekkends, valt het mee, haal ik mijn schouders op en zeg dat ik er niet bang voor ben.
Ik hoop dat ik ook zo ga reageren als ik daadwerkelijk iets meemaak wat ik niet hoor te kunnen verdragen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten