Vanochtend, toen ik opstond, vertelde de wekker mij dat het drie minuten over half elf was. Drie uur en zevenentwintig minuten te vroeg. Ik had gister besloten dat ik pas wakker wilde worden om twee uur in de middag. Niet eerder dan twee uur. Ik had heel wat slaap in te halen, en niets hield me tegen want ik hoef niet meer naar school. Althans, voorlopig niet.
Helaas hebben we daar zelf niets over te zeggen. Hadden we daar zelf iets over te zeggen, dan hadden we nooit slaaptekort. Dan stelde je jezelf in op minstens tien uur slaap, exclusief bezoekjes aan het toilet en nachtmerries uitgesloten. Wanneer we denken iets hard nodig te hebben, werkt je eigen lichaam vaak niet mee. Ik kom het vaak genoeg tegen. Ga je vroeg naar bed omdat je morgen een lange dag hebt, lig je wakker tot drie uur 's nachts. Wat dat betreft niet ideaal, al zit er vast een reden achter.
Nu moest ik die drie uur en zevenentwintig minuten die ik niet had meegerekend in mijn planning, zien te overbruggen. Zoals ik al zei, had ik geen planning en besloot ik toch mijn lichaam maar te volgen. Ze liet met luid gerommel merken dat ze gevuld moest worden.
Bovenaan de trap hoorde ik stemmen. Meer stemmen dan ik gewend was op een gewone woensdagmorgen. Terughoudend liep ik, nog steeds in mijn pyama, zachtjes naar beneden. Ik wilde graag de vervelende situatie voorkomen van bezoek aan de ene kant en ik in mijn pyama daar tegenover. Maar de terughoudendheid was onterecht. De zithoek zat vol met enkel gezinsleden. Ze waren allemaal thuis.
Toen ik even later op de bank zat, met in mijn handen de met jam besmeerde toasts waarnaar mijn maag zo verlangde, vond ik dat het tijd werd voor een plan. Tijd die ik nu liet verstrijken, had geen doel. En dat is, heb ik geleerd, tijdverspilling.
Van mijn gezinsleden hoefde ik gelukkig niets anders dan 'goeiemorgen schone slaapster' aan te horen. Ik hoefde mij niet te mengen in het gesprek dat, aan de snelheid te horen, alleen bestemd was voor wakkere mensen. Dat deed ik dan ook niet.
Bij het naar binnen schuiven van de laatste hap, was er nog steeds geen plan. De ineengekrompen drukte van de afgelopen tijd blokkeerde mijn mogelijkheid om vooruit te kijken. De drukte was voorbij, en ik realiseerde me dat ik ook werkelijk niets meer hoefde. Voorlopig waren er geen toetsen meer, die zoals het woord al zegt, mij zouden toetsen op mijn kunnen. En over mij kwam een gevoel van rust. Vanaf nu kon ik echt uitrusten.
Mijn plan voor vandaag zou dus bestaan uit niets doen. Niets anders dan niets doen. Niets doen en uitrusten. En ik besloot de hele dag in mijn pyama te lopen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten