dinsdag 27 december 2011

Ik vier mezelf

'Wat doe je?' vroeg de mus aan de boom. 'Ik vier mezelf' zei de boom. 'Je viert jezelf? vroeg de mus, 'wat houdt dat in?' 'Nou', zei de boom, 'heel simpel, ik ben blij dat ik er ben, en mensen vieren als ze blij zijn, dus ik vier mezelf.' 'Je bent blij dat je er bent? vroeg de mus, die vaak gewoon andermans zin herhaalde omdat ze niet wist wat ze anders moest zeggen, en zo toch het gesprek op gang hield. 'Ja', zei de boom, 'heel blij, en dat vier ik, ik vier mezelf.' 'Maar met wat van jezelf ben je dan zo blij? 'vroeg de mus die eigenlijk helemaal niet zo blij was met zichzelf. 'Nou', zei de boom, 'heel simpel. Ik ben blij dat ik er ben omdat ik anders niet blij kon zijn.' De mus begreep het niet en kon de zin ook niet herhalen, want deze was te ingewikkeld. ´o', zei ze, ´ah', zei ze. De mus was even stil, terwijl de boom rustig verder vierde.
Na een poosje zei ze ´kun je dat nog eens uitleggen, boom?' 'Wat moet ik uitleggen, mus?' 'Met wat van jezelf je zo blij bent.' 'O', zei de boom, 'ah' zei hij. 'Nou, heel simpel, als ik er niet was, kon ik ook niet blij zijn. Ik ben blij dat ik er ben, want als ik er niet was, kon ik niet blij zijn. En zeg nou zelf, wat is er nou leuker dan blij zijn en dat dan vieren?' De mus knikte bedachtzaam. Ze kon inderdaad niet bedenken wat er leuker was dan blij zijn. En de boom had helemaal gelijk toen hij zei dat vieren net zo leuk was.
De boom vierde rustig verder, en de mus dacht na. 'Waarom vier jij niet, mus?' vroeg de boom. De mus was verbaasd. ´Waarom ik niet vier?' herhaalde ze omdat ze niet wist wat ze moest zeggen. 'Ik vier eigenlijk bijna nooit,' zei de mus, 'alleen mijn verjaardag.' 'Waarom dan, vroeg de boom?' En de mus vroeg zich af waarom ze eigelijk nooit vierde, behalve met verjaardagen. Na een poosje zei ze: 'misschien ben ik wel helemaal niet zo blij me mezelf.' Het bleef weer even stil. 'En als ik niet blij ben heb ik ook niets te vieren,' voegde ze er even later aan toe. De boom dacht even na, hij probeerde zich in te leven, maar kon zich niet voorstellen dat iemand niet blij kon zijn met zichzelf.
Het was een poosje stil. De mus keek naar de boom, die nog steeds door vierde, en de boom keek naar de mus die niet blij was met zichzelf. 'Hmm', zei de boom. En even later nog eens: 'hmmm.' 'Mus', vroeg de boom, ben je blij dat ik blij ben? De mus schudde haar veren. 'Ja', zei ze, 'ik geloof het wel ja.' 'Ik vind het heel fijn voor je dat je blij bent.' 'kijk, zei de boom, kijk eens aan.' 'Kun je dan niet met mij mee vieren? Vieren dat je blij bent dat ik blij ben? Want ik weet iets dat nog leuker is dan blij zijn en dat vieren.' 'Oh', vroeg de mus verbaasd. 'Ja', zei de boom, 'samen vieren!' 'Dan hoeft er maar een blij te zijn om te kunnen vieren, de ander viert gewoon mee!'
De mus was tevreden en stemde in. Wat leuk voor de boom dat hij blij is en kan vieren, dacht ze. En ze vierden samen de hele dag, tot de zon onder ging en ze moesten gaan slapen omdat ze anders geen puf hadden om morgen weer te vieren.

Geinspireerd door de fabels van Toon Tellegen

maandag 26 december 2011

Pantoffels

Nadat ik een half uur levenloos in mijn bed was blijven liggen, besloot ik me toch maar op te laden om de dag te beginnen. Wie weet wie er misschien vandaag aan mij dacht. Mijn voornemen bleek zwaarder te zijn, zoals iedere ochtend. Een dag, een hele dag koste heel wat moeite. Vol met, vooraf, onoverwinnelijke obstakels. Enkele kon ik toch zelf overwinnen, andere moest de zuster voor me doen. Maar toch waagde ik de gok, wie weet wie er vandaag aan me dacht.
En natuurlijk mocht het niet vlekkeloos beginnen. Ik had mijn zware benen aan de kant van mijn bed getild, en was met respectievelijk veel gemak omhoog gekomen. Nu bleken mijn pantoffels er niet te staan. Ik raakte lichtelijk in paniek. Ik kon toch niet zonder pantoffels de kamer door. Ik zou gigantisch koude voeten krijgen, ze zouden nooit meer warm worden. Ik dwong mezelf na te gaan waar ik ze gister uit had gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat dat niet bij mijn bed was geweest. Waar deed ik ze anders uit? Nergens! Er was niet eens een ergens, want alles was hier. Afgelopen week was ik niet de deur uit geweest. Johan was te druk geweest. Lieveke ook trouwens. Waar waren mijn pantoffels nu? Misschien waren ze onder het bed geschoven. Dat zou een ramp betekenen. Buiten mijn macht, ik zou ze nooit kunnen pakken. Ik zou niet eens voorover kunnen buigen om te kijken of ze er eventueel lagen. Wat kon ik nog wel? Ik trok mijn benen weer op en ging hulpeloos liggen te liggen.
Plotseling schoot mij iets te binnen. De andere kant van het bed! De andere kant van het bed, dat is het. Ik herinnerde mij dat er gister een nieuwe zuster was gekomen. Een andere dan eerst en zij bracht mij aan de verkeerde kant in bed. Ze begreep niet wat ik zei, of ze hoorde niet wat ik zei, of ze begreep me wel, en hoorde wel wat ik zei, maar ging er van tevoren al vanuit dat het overbodig was. Alsof ik altijd brabbel.
Ik draaide mijn hoofd, en met die draai, ging er een zucht van verlichting door me heen. Ze waren er, ze stonden er, ik kon de dag beginnen. Wie weet wie er vandaag aan me had gedacht.
Ik schuifelde langzaam naar de computer, gekregen van johan. Eerder nog dan het koffiezetaparaat zette ik de computer aan. Wie weet, wie weet wie.
Toen de koffie ingeschonken was, was de computer bruikbaar. Ik zette me met moeite neer op de stoel en deed wat Johan me geleerd had om mijn mail te openen. Wie weet wie er aan me had gedacht.
Ik dronk mijn koffie, zat daar, verwachtte niets. Ik had wel geleerd dat je dat nooit moest verwachten. Verwachten is een kwelling. Afwachten al helemaal.
Het staafje was nu helemaal groen, en ik keek, maar er bewoog niets. Het was leeg. Geen bericht. Niemand die vandaag aan mij had gedacht. Ik zuchtte, ik schoof op mijn stoel en zuchtte nog eens.
Dan hoefde ik vandaag dus ook aan niemand te denken.

maandag 19 december 2011

Smurrie


Als je smurrie op je tas hebt,
en je weet niet wat het is,
dan is het altijd
poep



zondag 18 december 2011

Ik ben lekker stout

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!


Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
'k Wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!


En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: Nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

Annie M.G. Schmidt

(Misschien wel het geweldigste gedichtje van Annie M.G. Schmidt. Niemand die hier niet van kan genieten!)


 

dinsdag 29 november 2011

Mijn wiskundeboek en ik doen een wedstrijdje staren

Mijn wiskundeboek en ik doen een wedstrijdje staren. Op dit moment ben ik aan de winnende hand. Ik weet dat ik goed ben, heel goed. Helaas weet ik dat ik me binnen korte tijd moet overgeven. Met de handen in de lucht en de staart tussen de poten achter mijn schild vandaan kruipen en keihard om genade roepen.

Ik zit hier al een heel tijdje op de vensterbank. Behaaglijk warm, in een dikke trui, boven de radiator. Mijn boek ligt recht tegenover me op de grond. Nog precies daar waar ik hem gister uit frustratie heb neergesmeten. Met mijn nagels tik ik alle mogelijke en onmogelijke ritmes op het metaal van de verwarming. Zo nu en dan leg ik mijn hand er even op, om hem vervolgens weer snel weg te trekken; de verwarming loeit drie slagen in de rondte.

Mijn wiskundeboek houdt het lang vol. Ik had ook niet anders verwacht. Hij is een professional, dat merk je wel. Hij heeft dit vaker gedaan. Vaker met mij. Op precies dezelfde manier. Vandaar dat ik weet dat ik uiteindelijk moet toegeven. Maar ik ga nog even door, ik geef me niet gauw gewonnen.

Mijn ooglid begint een beetje te trekken, één voor één trek ik mijn wenkbrauwen op om de spanning er enigsins af te halen. Mijn wiskundeboek verrekt geen spier. Het gaat hem makkelijk af. Zoals ik al zei: hij heeft dit vaker gedaan.

Langzaam begin ik zenuwachtig te worden. Mijn geweten speelt me parten. 'Wilmine, morgen is de wiskundeherkansing. Moet je niet aan het werk? Moet je niet hard aan de slag? Moet je geen examenopgaven oefenen? Had je niet alllang bezig moeten zijn? Ben je niet veel te laat begonnen?

Mijn wiskundeboek speelt vals. Flauw van hem om mijn geweten in te zetten, een gemene, lage truc. Maar, helaas, zo speelt hij zijn spelletje nou eenmaal. Hij kent me. Hij weet hoe hij me uiteindelijk op mijn knieen kan krijgen.

Uiteidelijk. Voorlopig nog niet, voorlopig zit ik hier nog wel, op de verwarming, een wedstrijdje te staren met mijn wiskunde boek.

woensdag 23 november 2011

November

Een wollige deken van dikke mist verhinderde mijn zicht. Ik kon niet verder kijken dan tot de volgende lantaarnpaal. Als ik niet krampachtig mijn voorlamp omhoog hield, was ik al minstens vier keer tegen zo'n lantaarnpaal opgefietst.
De dikke mist brak het licht rond de lantarenpalen in een subtiel spectrum. Iedere lantaarnpaal bezat zijn eigen aureool, een lichtkrans, een 'halo'. Het was het enige dat ik duidelijk kon onderscheiden. Alsof de heilige twaalf langs de weg stonden om me te zegenen op weg naar wat ik ging doen. Van de rest van mijn omgeving vervaagden de contouren en zag ik niets dan schimmen.
Ik trapte gestaag door. Steeds opnieuw blies ik mijn warme adem in mijn eigen gezicht. Dit om te voorkomen dat het vocht in mijn neus zou bevriezen. Dat zou zo'n gedoe geven als ik thuis kwam. Ik zag er vast uit als een idioot, met mijn onderkaak zo ver naar voren gestoken.
Ik strekte mijn vingers, die ik al minstens een kwartier gespannen in een vuist hield. Meteen had ik er spijt van. De kou drong door dwars door mijn handschoenen heen. Ze waren gehaakt en de voering ontbrak. Had ik nou maar mijn wanten aan gedaan, mijn vingers moeten elkaar warm houden.
Hier en daar hing een tak over de weg, die ik vaak nog net op tijd kon ontwijken. Om de zoveel seconde knarste er een dennenappel onder mijn band, of een eikel, of een beukenootje.
Het was nog vroeg op de avond, al helemaal donker. Geen mens was op straat, althans, dat leek zo. Er was natuurlijk de mogelijkheid dat er zich iemand op meer dan tien meter afstand voor mij bevond. Die iemand was voor mij dan niet zichtbaar. Dus ik voelde me alleen. Wat nou als er zich vijftig mensen op straat bevonden, maar allemaal op tien meter afstand van elkaar? Niemand zou ook maar iemand kunnen zien. En iedereen voelde zich alleen.
Het miste al drie dagen. Koud was het nog maar net. September had alle warmterecords gebroken. Niemand had kunnen wennen aan de plotselinge kou en de mist weerhield de meeste mensen ervan naar buiten te gaan. Iedereen was bang voor de winter, geschrokken dat de dagen nu al zo lang duurden.
Ik was nog niet thuis. Thuis zou nog even op zich moeten laten wachten.

(wordt (misschien) vervolgd)

dinsdag 22 november 2011

Lieve Sinterklaas


Sint Nicolaas zat dit jaar te denken
wat hij wilmine op 5 december zou schenken.
Hij dacht en dacht en dacht en dacht,
maar had na twee dagen nog niets bedacht.
Hij plukte en plukte aan zijn baard,
en vroeg uiteindelijk piet om raad.
Die Wilmine is zo'n geweldige, lieve, leuke meid,
Die verdient wel meer dan een kleinigheid.
Ze heeft ook zo haar best gedaan dit jaar,
met een chocoladeletter zijn we nog niet klaar.
Dus streek de sint eens goed over zijn hart,
en gaf Wilmine een nieuwe telefoon, een spiegelreflexcamera, een reisje naar New York een Louis Vuitton tas, een saunarrangement, een doos bonbons, een nieuwe fiets, een zinzi-ketting, vier paar nieuwe schoenen, een horloge, een Ipad, een rijbewijs, een concertkaartje voor The Script, een robot-afwasmachine-inruimer, en viermaal een voldoende voor wiskunde.

vrijdag 14 oktober 2011

You catched the underste from the can, so we could pass with flag and wimpel

Vandaag was een bijzondere dag. Ik kreeg namelijk mijn Cambridge certificaat. Cambridge certificaat? ( Hè waarom weten jullie niet wat dat is? Zo moet ik dat irritante woord nog twee keer typen!) Ja, een Cambridge certificaat. Ik heb twee jaar lang extra Engels gekregen en na het halen van mijn CAE ben ik nu in het bezit van dat Cambridge certificaat. Dat schijnt goed te staan op je cv. En het schijnt dat je hiermee in Amerika of Engelang kunt studeren. Niet dat ik dat wil hoor, nee.
Maar onze lerares heeft ons goed geholpen, en we zijn dan ook alle acht geslaagd. En dat gebeurt niet vaak. En nadat zij ons heel blij had gemaakt met twee stukken (ja, twee stukken per persoon Ö) overheerlijke chocolade taart, was een bedankbriefje wel op zijn plaats.

Dear ms Teacher,
We want to thank you for sleeping us trough. It went not always about roses, it was not always cook and egg, but you did not drop the mood and did not let the hope sail. You catched the underste from the can, so we could pass with flag and wimpel. We can now call ourselves the nose of the salmon because we speak English with two fingers in the nose. In one word: you were our rock in the branding.
Thanks from our bottoms,
Your outmunting students

De thuiszorg

Mijn moeder werkt sinds kort in de thuiszorg. Vroeger, heel lang geleden, werkte ze ook ergens in een bejaardetehuis. Ergens. Waar ik overigens nooit geweest ben. Heel lang geleden dus.
Ik dacht altijd dat dat het stomste was wat je maar kon verzinnen. Wie koos er nou voor een beroep waarbij je mensen moet douchen en billen moet schoonvegen en kunstgebitten moet schoonmaken en steunkousen aan moet trekken bij zeurende ouwe vrouwtjes én bij vieze oude mannetjes.
Voor het geval jij dat ook dacht, je hebt het mis. Helemaal mis. Nu mijn mams weer aan het werk is zit ik tweemaal in de week met smart te wachten op de verhalen die komen gaan. Ze hoeft nog maar te zeggen: 'vanmorgen was ik bij' en ik lig al slap van het lachen. Ik zal een paar voorbeelden geven. Het is belangrijk dat je je goed voorstelt hoe deze mensen in hun stoel zitten. Een beetje doof, een beetje afwezig.
De eerste is een man van 85 die een beetje in de war is. Toen mijn moeder aankwam, bleek de man in zijn broek te hebben geplast. Deze man houdt namelijk erg van een drankje. Zijn familie is daar niet zo blij mee en haalt altijd alle drank uit huis. Maar als de man weer een beetje helder is, gaat hij rustig met de auto weer wat borreltjes halen. Mijn moeder vroeg of de man meeging om zijn broek te verschonen. De man, die zojuist had aangegeven dat hij in zijn broek geplast had, wist niet wat hem over kwam. Meekomen? Waarvoor? 'Om een schone broek aan te trekken', zei mijn moeder. 'Een schone broek? Waarom dat dan?' 'Nou', zei mijn moeder, 'u heeft toch in uw broek geplast?' Waarop de man verontwaardigd reageerde: 'in mijn broek geplast? Dat is onmogelijk. Dat kan niet. Dat is niet gebeurd. Dat kan niet.' Hij hield het stellig vol terwijl de zure geur de kamer door zengde.
Het tweede voorbeeld is van een vrouw van 95. Deze mevrouw was heel erg moe, heel erg moe. Ze bleef maar tegen mijn moeder vertellen hoe moe ze wel niet was. Mijn moeder zette het eten voor haar klaar, maar nee, ze was te moe. Te moe om het op de te eten. 'Maarja', zei ze, 'dat mag ook wel.' 'Ik ben tenslotte al 95, toch? 95 dacht ik, toch?' Ze wist het niet meer. Mijn moeder wilde haar geruststellen en keek even voor haar in de map. Verbaasd keek ze weer op. 'Mevrouw kan het soms zijn dat u vandaag jarig bent? Bent u vandaag 96 geworden?' 'O', zuchtte de vrouw verbaasd, 'ja, ja dat kan wel. Ja volgens mij wel ja. Dat zou best eens kunnen...' Bleek dat de mevrouw vanochtend een familiefeest had gehad om haar verjaardag te vieren. Vandaar dat ze zo moe was.
Ten slotte eigenlijk een beetje een triest voorbeeld. Het gaat over twee oude vrouwtjes die al heel lang samenwoonden in hetzelfde huis. Of ze een relatie hebben gehad, dat wist niemand. Maargoed, ze woonden al jaren in hetzelfde huis. Toch is er een probleem. Ze hebben namelijk geen gordijnen voor de ramen en zitten nu iedere avond bibberend in hun stoel. Dat grote, donkere gat maakt hen vreselijk bang. En ze wonen al jaren in dat huis! Arme vrouwtjes. Bang voor het donkere gat in hun eigen huis. 'Als iemand nou een rails ophangt! Ik heb nog wel een paar oude gordijnen!' zei een collega al.
Tja, en zo maakt ze nog veel meer mee. Allemaal geweldige verhalen. Oude mensen zijn mooie mensen. Daar ben ik nu wel uit. Met een gigantisch gevoel voor humor, al hebben ze dat zelf niet altijd door...

woensdag 21 september 2011

Dus als je je afvraagt waar ik ben, dan zit ik aan een mondeling Engels

En daar zit ik dan weer achter mijn laptopje. Het laptopje dat eigenlijk helemaal niet van mij is, maar wat ik mij wel zo langzamerhand heb toege-eigend. Voor de zoveelste keer hou ik de backspace toets ingedrukt. Al drie pogingen heb ik uiteindelijk weer uitgewist. Niets wil. Er komen geen letters, geen woorden en al helemaal geen zinnen. Geen ideeen. Geen inspiratiewatervallen. Geen opvallende gebeurtenissen die ik nodig met jullie zou moeten delen. Niks. Hopeloos.
Het enige wat ik de afgelopen weken aan het doen ben, en wat ik waarschijnlijk de komende weken ook zal doen, is leren. Leren, bijblijven en voor de verandering wel mijn huiswerk voor wiskunde maken. En dat gaat goed! Ik loop als een trein en ik weet zeker dat ik ga slagen. Met frisse moed ben ik aan dit schooljaar begonnen en ik neem me voor het ook met frisse moed te eindigen. Want dan breekt een nieuwe periode aan en ik kan niet wachten totdat die periode begint! Dan laat ik de middelbare school achter me en duik ik het studentenleven in! Nou ja, zo diep duik ik nou ook weer niet. Ik weet nog niet eens wat mijn vervolgopleiding wordt...
En zo ben ik dit jaar veel bezig met examens leren, profielwerkstukken maken (het is er maar één, maar het lijken er honderd!) en me orienteren op mijn studiekeuze. En zo ben ik wat minder bezig met bloggen. En komen de ideeen ook wat langzamer.
Dus als je je afvraagt waar ik ben, dan zit ik aan een mondeling Engels of een praktische opdracht Maatschappijleer. Maar maak je geen zorgen. Ik zal af en toe nog wel eens bloggen. Gewoon even buurten en vragen hoe het gaat. Anders kan ik 's nachts niet slapen.